Een uitdovend vlammetje in de nacht

Fall, Thoughts about life

Om te worden wie ik ben moest ik loslaten wie ik dacht te zijn.
En het is een ongoing process. Nog steeds doe ik met enige regelmaat dingen waarvan ik me pas later realiseer dat die helemaal niet bij mij passen. Soms herhaaldelijk. Stoot mijn neus keer op keer op keer, omdat ik mezelf in een keurslijf probeer te dwingen dat simpelweg niet mijn maat is. Of mijn stijl. Laat mij gewoon lekker wild en vrij rondrennen!

De herfst herinnert me dat het oke is om los te laten. Dat er weer nieuwe blaadjes zullen groeien wanneer de tijd rijp is. Ik groei, word sterker, en sta stevig geworteld in de aarde. Óók wanneer de storm rond mij raast en hele takken afbreekt.

Na mijn eerste burn-out, nu 7 jaar geleden, ben ik nooit meer geworden wie ik daarvoor was. Ik denk nog wel eens terug aan dat energieke meisje van toen. Dat hard studeerde, twee bijbanen had, met vriendinnen de stad in ging, wekelijks naar de sportschool en óók nog tijd over had om meerdere hobby’s te beoefenen.
Toen het me allemaal teveel werd kon ik geen enkele prikkel meer verdragen.
Lange tijd gruwelde ik van de stad. Al die mensen. Waar over de markt dwalen eerder een gezellige zaterdag-activiteit was, liep ik nu met opeengeklemde kaken van de fietsenstalling naar het station, en alleen als het écht moest.

Pas toen ik fysiek niet langer in staat was om de show vol te houden, leerde ik dat je alles los kunt laten. En dat de wereld dan blijft draaien.

Dat gevoel van overwhelm bij grote groepen mensen is nooit meer weggegaan. Net zoals de energie om alle dingen te doen die ik voorheen deed, nooit is teruggekomen.
En waar ik lange tijd een strakke scheiding zag in Sarie pre-burn-out en Sarie post-burn-out, kan ik daar vandaag een nieuw licht op schijnen. Want als ik echt heel eerlijk kijk (en hoe meer tijd er verstrijkt, hoe eerlijker ik terug kan kijken naar wie ik ooit was!) zie ik dat de einzelganger van vandaag altijd al verstopt zat in dat bezige bijtje van toen.
Ik durfde het alleen nog niet toe te geven.

Pas toen ik fysiek niet langer in staat was om de show vol te houden, leerde ik dat het ook anders kan. Dat je alles los kunt laten. Dat je gewoon kunt zeggen; ik doe even niet meer mee. En dat de wereld dan blijft draaien.
Dat het leven doorgaat
en onverminderd prachtig is.

Ik wilde geloof ik vooral heel graag ontsnappen uit de kooi die ik voor mezelf had gebouwd.
De deur openen en gewoon weglopen. Maar ik wist niet of het mocht – realiseerde me niet dat het kon. Ik keek steeds over mijn schouder en vond nooit het goede moment om de drempel over te stappen. Tot het leven me een zetje gaf en ik naar beneden donderde.

Burn-out, noemen ze dat, en hoewel mijn haren overeind gaan staan bij die term (het geeft me het gevoel van een gehyped Generatie Y dingetje – alsof ‘wij millennials’ te lui zijn om het leven aan te kunnen) – is het óók de meest accurate term die ik ken voor de bijbehorende mentale en fysieke staat.

Opbranden…. Zó hard en fel branden dat de brandstof binnen luttele seconden volledig verteerd is in een woeste vlammenzee. En dan…, alleen nog gloeiende kooltjes, zware rook en een dikke laag as.
Dat is hoe het leven voelde in 2014. Ik had de brandstof voor een heel leven er in enkele jaren doorheen gejaagd en nu bewoog ik me futloos door een kilometersdik rookgordijn.
Ik wist niet meer waar ik op weg naartoe was en ik voelde me vooral een é-nórme aansteller.
Iets in mij fluisterde dat ik alleen maar deed alsof. Dat ik gewoon te lui was om aan de voorwaarden van het leven te voldoen. Ik had er allemaal geen zin meer in, en nu ging ik maar gewoon bij de pakken neerzitten. Maakte ik de wereld wijs dat ik niet meer kon, terwijl ik eigenlijk gewoon niet meer wílde.

Ik had de brandstof voor een heel leven er in enkele jaren doorheen gejaagd en nu bewoog ik me futloos door een kilometersdik rookgordijn.

En ik wilde het zó sterk niet meer, dat het gebrek aan energie en motivatie uitmondde in een depressie. Als dit is wat het leven was, dan hoefde het voor mij niet meer. Het grijze rookgordijn verdikte zich tot een eindeloos uitgestrekte pikzwarte nacht. De zon scheen buiten, maar ik zag haar niet. Ik hoorde de vogels niet meer fluiten, voelde niet meer hoe de wind me zachtjes streelde. Nu ik eraan terugdenk, kwám ik eigenlijk nauwelijks nog buiten. Wat had ik daar te zoeken?

Ik heb zelden zoiets beangstigends meegemaakt, en toen ik weer ‘beter’ was nam ik mezelf voor ‘dit NOOIT meer’. Jarenlang ben ik bang geweest om weer op die donkere plek te belanden. Verschillende keren heb ik op het randje van de afgrond gebalanceerd. Mezelf weer teruggeworpen op de kant, zware gedachten negerend, omdat ik zeker wist dat die donkerte daar beneden me zou verzwelgen.

Vandaag voel ik me lichter. Hoe meer ik loslaat, hoe lichter ik word. Als een veertje durf ik me te laten dwarrelen, recht de duisternis in. Want ik weet nu dat ze me niet op kan slokken, zoals het leven dat destijds ook niet kon – ik liet me vallen, uit de gouden kooi, dwaalde met een uitdovend vlammetje door het duister en herrees als een fenix uit de as.

Ik liet me vallen, uit de gouden kooi, dwaalde met een uitdovend vlammetje door het duister en herrees als een fenix uit de as.


Toen ik eenmaal het licht weer zag, kon het echte werk pas beginnen. Met hernieuwd vuur maakte ik mezelf klaar om me als een echte ezel 500x aan dezelfde steen te stoten.
Mijn brein begreep nog niets van wat mijn ziel heel langzaam begon te doorvoelen ; ‘het kan ook anders’. En dus stortte ik me terug in het leven zoals ik dat kende – work hard, play hard.

Ik begon aan een baan waarvan ik bij voorbaat al wist dat die me niet gelukkig ging maken. Toch vierde ik mijn vertraagde start aan het werkende volwassen leven met champagne.
I made it. Ik deed er eindelijk toe. Ik was door het dal gegaan en nu klaar om deel te nemen aan de grote-mensen-wereld.
Ik kocht foundation en lippenstift en hing mijn kast vol met panty’s en colberts. Zo, daar was ik dan – de volwassen versie van mijzelf, ready voor de rest van mijn leven. Met pijnlijke tenen in mijn gehakte laarsjes stond ik iedere dag om half zeven op het perron. Ik klik-klakte in alle vroegte door de straten van Den Haag, mijn nieuwe leren handtas met laptop en ordners onder mijn oksel geklemd.

Dat ik op kantoor een afgezonderde plek uitkoos op de benedenverdieping, ver weg van babbelende collega’s in de kantoortuin boven mij, zag ik dat eerste jaar slechts als toeval. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik gewoon te schijterig was, te socially awkward om actief deel te nemen aan al dat collegiale geklets. Pas veel later begreep ik dat de behoefte aan alleen-zijn onderdeel is van mijn essentie, van wie ik bén. Ik denk graag na, en wanneer anderen mijn gedachten steeds doorbreken lukt dat simpelweg niet goed. Bovendien was ik weinig geinteresseerd in alle praatjes en het ‘druk druk druk’-zijn van mijn collega’s.
Het voelde alsof we allemaal meededen aan een groot toneelstuk, en ik had mezelf bestempeld tot slechts onderdeel van het décor.

Naarmate de jaren verstreken drukte het leven steeds zwaarder op mijn schouders. Ik ging gebukt onder het gevoel een rol te moeten spelen en besloot dat ik niet langer mee wilde doen aan deze ingewikkelde productie. Al binnen het eerste jaar van mijn baan als consulent in de geestelijke gezondheidszorg besloot ik dat het roer volledig om moest.

Ergens op een middag in september vormde zich een plan in mijn hoofd. Alsof het zomaar ineens aan was komen waaien door het openstaande raam van ons appartement op 6-hoog. Ik wilde niet alleen weg bij mijn baan, maar weg uit dit land, weg uit de maatschappij, weg van alles dat me aan me trok of tegen me duwde. Ik had niet de intentie om te vluchten. Maar ik wilde bouwen aan een vrijer leven en zag ineens heel duidelijk het pad daar naartoe. 

Ik wilde bouwen aan een vrijer leven en zag ineens heel duidelijk het pad daar naartoe. 

Om me heen kijkend door ons ruime appartement realiseerde ik me dat ik hier zóveel had waar eigenlijk geen nood aan was. Een huis vol kamers en spullen, kasten en apparaten. En voor wat? Om de gaten te vullen die ontstaan waren door een chronisch gebrek aan autonomie en vrijheid?
Het leek me niet heel moeilijk om een groot deel van wat ik om me heen zag los te laten.
En met die bereidheid opende zich de deur naar een heel ander bestaan.

Weg bij mijn baan ging ik niet. Nog niet – mijn rol hier was nog niet voltooid.
Wel stapte ik over naar een ander, kleiner, team waarin ik meer aansluiting vond. De jasjes en hakjes bleven nog even, maar die zomer ging ik óók op Teva-slippers naar kantoor. Met mijn collega’s had ik het gezellig – we verslonden chocoladerepen en namen extra lange lunchpauzes bij de Italiaanse broodjeszaak om de hoek. Maar het werk viel me nog steeds zwaar en hoe ik ook mijn best deed, verbinding voelen met mijn taken deed ik niet.

Anderhalf jaar nadat ik mijn werkende leven begonnen was kochten we onze camper Brutus. Vijfendertighonderd kilo vrijheid op vier wielen.
Langzaamaan durfde ik sommige van mijn collega’s te vertellen over mijn plannen. Dat ik “ooit wilde gaan wonen in die camper”. Dat dat ooit liever vandaag dan morgen was, en dat iedere cent die ik verdiende naar een spaarrekening getiteld ‘camperleven’ ging liet ik nog even achterwege.

Door de jaren heen had ik geleerd dat eerlijkheid vaak niet wenselijk was. Als er tijdens een beoordelingsgesprek gevraagd werd waar ik mezelf over 5 jaar zag, was mijn antwoord steevast ‘in een hogere functie binnen dit bedrijf’. Ik hoor het mezelf nog zo opdreunen. Liegen – of de waarheid verzwijgen – was onderdeel geworden van mijn manier om me staande te houden in een wereld waar ik eigenlijk helemaal geen deel van uit wilde maken.

Tot het moment dat iedere vezel in mijn lichaam in verzet ging.

In februari gaf ik gaf er de brui aan. Alweer.
Ik had geen energie, geen motivatie – zélfs niet voor de spaarrekening getiteld camperleven, en hoewel ik met mezelf had afgesproken nooit meer depressief te raken ; het zonnetje in huis was ik ook niet bepaald.

Wederom voelde ik me een aansteller. Ik kón me immers echt wel naar de trein slepen en fysiek aanwezig zijn op 4e verdieping van het kantoorpand in Den Haag…. Dat ik er zwaar ongelukkig van werd voelde bijna niet als reden genoeg om thuis te blijven.
Tóch luisterde ik naar mezelf. Aansteller of niet, ‘kennelijk is dit wie ik ben’.

Dagenlang zat ik in de rats omdat ik dacht een collega tegen te zijn gekomen bij de Albert Heijn. Zeker wist ik het niet eens, want zodra ik haar gezicht dacht te herkennen draaide ik me om en deed of ik onzichtbaar was. Hartkloppingen, schaamte, stress, schuld… want een minuut eerder had ik nog staan lachen om de hoeveelheid augurken die Bas in ons karretje laadde. Genadeloos hard viel ik door de mand ; deze meid is niet ziek, ze wíl gewoon helemaal niet werken. Wát een bedriegster en luie donder.

Dat ik bijna een hele week aan niets anders kon denken dan dit voorval, gaf wel aan dat het misschien toch niet zo heel goed met me ging. En hoewel het bij de start van mijn reintegratie-traject echt alweer een stukje beter ging, zag ik geen heil meer in doorploeteren in een baan waar ik niet gelukkig van werd.

Toen ik eenmaal doorhad hoe simpel het is om los te laten, veranderde mijn hele visie op het leven.

Twee maanden nadat ik van ‘koffiedrinken’ en ‘een uurtje werken op therapeutische basis’ was aanbeland bij halve dagen werken (waarin ik me met name bezighield met het opruimen van dichtgeslibde archiefkasten en kleine klusjes voor collega’s) meldde ik bij de bedrijfsarts dat ik ‘geloof ik gewoon klaar was met werken in de zorg’. Iedereen begreep het, er waren geen hard feelings en eind van het jaar stond ik met een plastic bekertje cola en kaasstengels op mijn eigen afscheidsborrel.


Dingen die je eigenlijk helemaal niet wil, wegen al snel zwaar, denk ik. Misschien dat we ze daarom ook zo moeilijk loslaten. Bang dat het te pletter valt, uit elkaar spat zodra we onze grip erop verzachten. En wat dan? Wat moet je met een uitelkaargespat leven? Wat doe je met al die brokstukken? Bij elkaar vegen, lijmen? Weggooien en nooit meer naar omkijken?

Mijn verhaal voelt niet zwaar meer omdat ik het losgelaten heb. Een hoofdstuk uit een boek waarvan ik de pagina’s heb omgeslagen – een mooie terugblik op hoe het was en wat ik daarvan leerde. En heel eerlijk gezegd, het klapte helemaal niet uit elkaar toen ik het liet vallen! Het vloog ook niet weg. Het verdampte niet. Er gebeurde eigenlijk helemaal niets. Behalve dat het niet meer bij mij hoorde – niet meer míjn leven was.

Een gat bleef er ook niet achter, want de ruimte die ontstond nadat ik besloot dat het ‘standaard werkende leven’ gewoon niet voor mij was, werd als vanzelf gevuld met dingen die wél bij mij passen. Met natuurwandelingen, een eigen onderneming, een camperreis en een stuk grond in Frankrijk.

Toen ik eenmaal doorhad hoe simpel het is om los te laten, veranderde mijn hele visie op het leven.
Alles is in beweging – altijd. Plannen komen gaan, dromen groeien en worden werkelijkheid (of niet) en wat vandaag uit de grond ontspruit zal op een zeker moment ook weer terugkeren naar de aarde.

Loslaten is heerlijk.
Loslaten is fantastisch.
Loslaten is vrijheid.
Loslaten is leven!

Wil je me vertellen over jouw ervaringen met loslaten? Herken je je in dit verhaal, heb jij iets soortgelijks meegemaakt of zit je er nu misschien middenin? Laat het me hieronder weten! Ik ga graag het gesprek en de verbinding aan met andere Wild Souls zoals ikzelf, die willen breken met de ratrace en meer verbinding zoeken met de natuur.

Om je een handje te helpen – en ter ere van al het Loslaten dat mijn leven zo heeft verrijkt – ontwikkelde ik het
Fall- journal. Een ode aan de herst, aan overgave en aan het loslaten van alles wat je niet meer dient.
Zeventig pagina’s vol kleurrijk geïllustreerde schrijf-, teken- en doe-opdrachten nemen je mee op reis in jouw binnenwereld of juist naar buiten, de wereld in.

Vertraag naar het ritme van de natuur en geef je over aan het seizoen;
‘Wild Journey – Fall’ helpt je grip te krijgen op de snelheid van het leven en laat je voelen hoe het is om jezelf te laten vallen. Om vol vertrouwen los te laten, zoals een blaadje dat zich van de boom naar beneden laat dwarrelen. Om vervolgens veilig te landen op de aarde. Terug naar de basis, een reis naar beneden in jezelf.

Laat los en laat jezelf vallen
– terug naar de aarde.
Val en val, en val nog verder
tot er niets meer over is dan dit.
Hier. Nu.


P.S. Alle prachtige fotos van mij in deze blog zijn gemaakt door Evelien op weg.
Als je aan de slag gaat met één van de Wild Journey journals krijg jij een kortingsbon voor ook zon fijne rakende shoot met Evelien!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.