Een uitdovend vlammetje in de nacht

Fall, Thoughts about life

Om te worden wie ik ben moest ik loslaten wie ik dacht te zijn.
En het is een ongoing process. Nog steeds doe ik met enige regelmaat dingen waarvan ik me pas later realiseer dat die helemaal niet bij mij passen. Soms herhaaldelijk. Stoot mijn neus keer op keer op keer, omdat ik mezelf in een keurslijf probeer te dwingen dat simpelweg niet mijn maat is. Of mijn stijl. Laat mij gewoon lekker wild en vrij rondrennen!

De herfst herinnert me dat het oke is om los te laten. Dat er weer nieuwe blaadjes zullen groeien wanneer de tijd rijp is. Ik groei, word sterker, en sta stevig geworteld in de aarde. Óók wanneer de storm rond mij raast en hele takken afbreekt.

Na mijn eerste burn-out, nu 7 jaar geleden, ben ik nooit meer geworden wie ik daarvoor was. Ik denk nog wel eens terug aan dat energieke meisje van toen. Dat hard studeerde, twee bijbanen had, met vriendinnen de stad in ging, wekelijks naar de sportschool en óók nog tijd over had om meerdere hobby’s te beoefenen.
Toen het me allemaal teveel werd kon ik geen enkele prikkel meer verdragen.
Lange tijd gruwelde ik van de stad. Al die mensen. Waar over de markt dwalen eerder een gezellige zaterdag-activiteit was, liep ik nu met opeengeklemde kaken van de fietsenstalling naar het station, en alleen als het écht moest.

Pas toen ik fysiek niet langer in staat was om de show vol te houden, leerde ik dat je alles los kunt laten. En dat de wereld dan blijft draaien.

Dat gevoel van overwhelm bij grote groepen mensen is nooit meer weggegaan. Net zoals de energie om alle dingen te doen die ik voorheen deed, nooit is teruggekomen.
En waar ik lange tijd een strakke scheiding zag in Sarie pre-burn-out en Sarie post-burn-out, kan ik daar vandaag een nieuw licht op schijnen. Want als ik echt heel eerlijk kijk (en hoe meer tijd er verstrijkt, hoe eerlijker ik terug kan kijken naar wie ik ooit was!) zie ik dat de einzelganger van vandaag altijd al verstopt zat in dat bezige bijtje van toen.
Ik durfde het alleen nog niet toe te geven.

Pas toen ik fysiek niet langer in staat was om de show vol te houden, leerde ik dat het ook anders kan. Dat je alles los kunt laten. Dat je gewoon kunt zeggen; ik doe even niet meer mee. En dat de wereld dan blijft draaien.
Dat het leven doorgaat
en onverminderd prachtig is.

Ik wilde geloof ik vooral heel graag ontsnappen uit de kooi die ik voor mezelf had gebouwd.
De deur openen en gewoon weglopen. Maar ik wist niet of het mocht – realiseerde me niet dat het kon. Ik keek steeds over mijn schouder en vond nooit het goede moment om de drempel over te stappen. Tot het leven me een zetje gaf en ik naar beneden donderde.

Burn-out, noemen ze dat, en hoewel mijn haren overeind gaan staan bij die term (het geeft me het gevoel van een gehyped Generatie Y dingetje – alsof ‘wij millennials’ te lui zijn om het leven aan te kunnen) – is het óók de meest accurate term die ik ken voor de bijbehorende mentale en fysieke staat.

Opbranden…. Zó hard en fel branden dat de brandstof binnen luttele seconden volledig verteerd is in een woeste vlammenzee. En dan…, alleen nog gloeiende kooltjes, zware rook en een dikke laag as.
Dat is hoe het leven voelde in 2014. Ik had de brandstof voor een heel leven er in enkele jaren doorheen gejaagd en nu bewoog ik me futloos door een kilometersdik rookgordijn.
Ik wist niet meer waar ik op weg naartoe was en ik voelde me vooral een é-nórme aansteller.
Iets in mij fluisterde dat ik alleen maar deed alsof. Dat ik gewoon te lui was om aan de voorwaarden van het leven te voldoen. Ik had er allemaal geen zin meer in, en nu ging ik maar gewoon bij de pakken neerzitten. Maakte ik de wereld wijs dat ik niet meer kon, terwijl ik eigenlijk gewoon niet meer wílde.

Ik had de brandstof voor een heel leven er in enkele jaren doorheen gejaagd en nu bewoog ik me futloos door een kilometersdik rookgordijn.

En ik wilde het zó sterk niet meer, dat het gebrek aan energie en motivatie uitmondde in een depressie. Als dit is wat het leven was, dan hoefde het voor mij niet meer. Het grijze rookgordijn verdikte zich tot een eindeloos uitgestrekte pikzwarte nacht. De zon scheen buiten, maar ik zag haar niet. Ik hoorde de vogels niet meer fluiten, voelde niet meer hoe de wind me zachtjes streelde. Nu ik eraan terugdenk, kwám ik eigenlijk nauwelijks nog buiten. Wat had ik daar te zoeken?

Ik heb zelden zoiets beangstigends meegemaakt, en toen ik weer ‘beter’ was nam ik mezelf voor ‘dit NOOIT meer’. Jarenlang ben ik bang geweest om weer op die donkere plek te belanden. Verschillende keren heb ik op het randje van de afgrond gebalanceerd. Mezelf weer teruggeworpen op de kant, zware gedachten negerend, omdat ik zeker wist dat die donkerte daar beneden me zou verzwelgen.

Vandaag voel ik me lichter. Hoe meer ik loslaat, hoe lichter ik word. Als een veertje durf ik me te laten dwarrelen, recht de duisternis in. Want ik weet nu dat ze me niet op kan slokken, zoals het leven dat destijds ook niet kon – ik liet me vallen, uit de gouden kooi, dwaalde met een uitdovend vlammetje door het duister en herrees als een fenix uit de as.

Ik liet me vallen, uit de gouden kooi, dwaalde met een uitdovend vlammetje door het duister en herrees als een fenix uit de as.


Toen ik eenmaal het licht weer zag, kon het echte werk pas beginnen. Met hernieuwd vuur maakte ik mezelf klaar om me als een echte ezel 500x aan dezelfde steen te stoten.
Mijn brein begreep nog niets van wat mijn ziel heel langzaam begon te doorvoelen ; ‘het kan ook anders’. En dus stortte ik me terug in het leven zoals ik dat kende – work hard, play hard.

Ik begon aan een baan waarvan ik bij voorbaat al wist dat die me niet gelukkig ging maken. Toch vierde ik mijn vertraagde start aan het werkende volwassen leven met champagne.
I made it. Ik deed er eindelijk toe. Ik was door het dal gegaan en nu klaar om deel te nemen aan de grote-mensen-wereld.
Ik kocht foundation en lippenstift en hing mijn kast vol met panty’s en colberts. Zo, daar was ik dan – de volwassen versie van mijzelf, ready voor de rest van mijn leven. Met pijnlijke tenen in mijn gehakte laarsjes stond ik iedere dag om half zeven op het perron. Ik klik-klakte in alle vroegte door de straten van Den Haag, mijn nieuwe leren handtas met laptop en ordners onder mijn oksel geklemd.

Dat ik op kantoor een afgezonderde plek uitkoos op de benedenverdieping, ver weg van babbelende collega’s in de kantoortuin boven mij, zag ik dat eerste jaar slechts als toeval. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik gewoon te schijterig was, te socially awkward om actief deel te nemen aan al dat collegiale geklets. Pas veel later begreep ik dat de behoefte aan alleen-zijn onderdeel is van mijn essentie, van wie ik bén. Ik denk graag na, en wanneer anderen mijn gedachten steeds doorbreken lukt dat simpelweg niet goed. Bovendien was ik weinig geinteresseerd in alle praatjes en het ‘druk druk druk’-zijn van mijn collega’s.
Het voelde alsof we allemaal meededen aan een groot toneelstuk, en ik had mezelf bestempeld tot slechts onderdeel van het décor.

Naarmate de jaren verstreken drukte het leven steeds zwaarder op mijn schouders. Ik ging gebukt onder het gevoel een rol te moeten spelen en besloot dat ik niet langer mee wilde doen aan deze ingewikkelde productie. Al binnen het eerste jaar van mijn baan als consulent in de geestelijke gezondheidszorg besloot ik dat het roer volledig om moest.

Ergens op een middag in september vormde zich een plan in mijn hoofd. Alsof het zomaar ineens aan was komen waaien door het openstaande raam van ons appartement op 6-hoog. Ik wilde niet alleen weg bij mijn baan, maar weg uit dit land, weg uit de maatschappij, weg van alles dat me aan me trok of tegen me duwde. Ik had niet de intentie om te vluchten. Maar ik wilde bouwen aan een vrijer leven en zag ineens heel duidelijk het pad daar naartoe. 

Ik wilde bouwen aan een vrijer leven en zag ineens heel duidelijk het pad daar naartoe. 

Om me heen kijkend door ons ruime appartement realiseerde ik me dat ik hier zóveel had waar eigenlijk geen nood aan was. Een huis vol kamers en spullen, kasten en apparaten. En voor wat? Om de gaten te vullen die ontstaan waren door een chronisch gebrek aan autonomie en vrijheid?
Het leek me niet heel moeilijk om een groot deel van wat ik om me heen zag los te laten.
En met die bereidheid opende zich de deur naar een heel ander bestaan.

Weg bij mijn baan ging ik niet. Nog niet – mijn rol hier was nog niet voltooid.
Wel stapte ik over naar een ander, kleiner, team waarin ik meer aansluiting vond. De jasjes en hakjes bleven nog even, maar die zomer ging ik óók op Teva-slippers naar kantoor. Met mijn collega’s had ik het gezellig – we verslonden chocoladerepen en namen extra lange lunchpauzes bij de Italiaanse broodjeszaak om de hoek. Maar het werk viel me nog steeds zwaar en hoe ik ook mijn best deed, verbinding voelen met mijn taken deed ik niet.

Anderhalf jaar nadat ik mijn werkende leven begonnen was kochten we onze camper Brutus. Vijfendertighonderd kilo vrijheid op vier wielen.
Langzaamaan durfde ik sommige van mijn collega’s te vertellen over mijn plannen. Dat ik “ooit wilde gaan wonen in die camper”. Dat dat ooit liever vandaag dan morgen was, en dat iedere cent die ik verdiende naar een spaarrekening getiteld ‘camperleven’ ging liet ik nog even achterwege.

Door de jaren heen had ik geleerd dat eerlijkheid vaak niet wenselijk was. Als er tijdens een beoordelingsgesprek gevraagd werd waar ik mezelf over 5 jaar zag, was mijn antwoord steevast ‘in een hogere functie binnen dit bedrijf’. Ik hoor het mezelf nog zo opdreunen. Liegen – of de waarheid verzwijgen – was onderdeel geworden van mijn manier om me staande te houden in een wereld waar ik eigenlijk helemaal geen deel van uit wilde maken.

Tot het moment dat iedere vezel in mijn lichaam in verzet ging.

In februari gaf ik gaf er de brui aan. Alweer.
Ik had geen energie, geen motivatie – zélfs niet voor de spaarrekening getiteld camperleven, en hoewel ik met mezelf had afgesproken nooit meer depressief te raken ; het zonnetje in huis was ik ook niet bepaald.

Wederom voelde ik me een aansteller. Ik kón me immers echt wel naar de trein slepen en fysiek aanwezig zijn op 4e verdieping van het kantoorpand in Den Haag…. Dat ik er zwaar ongelukkig van werd voelde bijna niet als reden genoeg om thuis te blijven.
Tóch luisterde ik naar mezelf. Aansteller of niet, ‘kennelijk is dit wie ik ben’.

Dagenlang zat ik in de rats omdat ik dacht een collega tegen te zijn gekomen bij de Albert Heijn. Zeker wist ik het niet eens, want zodra ik haar gezicht dacht te herkennen draaide ik me om en deed of ik onzichtbaar was. Hartkloppingen, schaamte, stress, schuld… want een minuut eerder had ik nog staan lachen om de hoeveelheid augurken die Bas in ons karretje laadde. Genadeloos hard viel ik door de mand ; deze meid is niet ziek, ze wíl gewoon helemaal niet werken. Wát een bedriegster en luie donder.

Dat ik bijna een hele week aan niets anders kon denken dan dit voorval, gaf wel aan dat het misschien toch niet zo heel goed met me ging. En hoewel het bij de start van mijn reintegratie-traject echt alweer een stukje beter ging, zag ik geen heil meer in doorploeteren in een baan waar ik niet gelukkig van werd.

Toen ik eenmaal doorhad hoe simpel het is om los te laten, veranderde mijn hele visie op het leven.

Twee maanden nadat ik van ‘koffiedrinken’ en ‘een uurtje werken op therapeutische basis’ was aanbeland bij halve dagen werken (waarin ik me met name bezighield met het opruimen van dichtgeslibde archiefkasten en kleine klusjes voor collega’s) meldde ik bij de bedrijfsarts dat ik ‘geloof ik gewoon klaar was met werken in de zorg’. Iedereen begreep het, er waren geen hard feelings en eind van het jaar stond ik met een plastic bekertje cola en kaasstengels op mijn eigen afscheidsborrel.


Dingen die je eigenlijk helemaal niet wil, wegen al snel zwaar, denk ik. Misschien dat we ze daarom ook zo moeilijk loslaten. Bang dat het te pletter valt, uit elkaar spat zodra we onze grip erop verzachten. En wat dan? Wat moet je met een uitelkaargespat leven? Wat doe je met al die brokstukken? Bij elkaar vegen, lijmen? Weggooien en nooit meer naar omkijken?

Mijn verhaal voelt niet zwaar meer omdat ik het losgelaten heb. Een hoofdstuk uit een boek waarvan ik de pagina’s heb omgeslagen – een mooie terugblik op hoe het was en wat ik daarvan leerde. En heel eerlijk gezegd, het klapte helemaal niet uit elkaar toen ik het liet vallen! Het vloog ook niet weg. Het verdampte niet. Er gebeurde eigenlijk helemaal niets. Behalve dat het niet meer bij mij hoorde – niet meer míjn leven was.

Een gat bleef er ook niet achter, want de ruimte die ontstond nadat ik besloot dat het ‘standaard werkende leven’ gewoon niet voor mij was, werd als vanzelf gevuld met dingen die wél bij mij passen. Met natuurwandelingen, een eigen onderneming, een camperreis en een stuk grond in Frankrijk.

Toen ik eenmaal doorhad hoe simpel het is om los te laten, veranderde mijn hele visie op het leven.
Alles is in beweging – altijd. Plannen komen gaan, dromen groeien en worden werkelijkheid (of niet) en wat vandaag uit de grond ontspruit zal op een zeker moment ook weer terugkeren naar de aarde.

Loslaten is heerlijk.
Loslaten is fantastisch.
Loslaten is vrijheid.
Loslaten is leven!

Wil je me vertellen over jouw ervaringen met loslaten? Herken je je in dit verhaal, heb jij iets soortgelijks meegemaakt of zit je er nu misschien middenin? Laat het me hieronder weten! Ik ga graag het gesprek en de verbinding aan met andere Wild Souls zoals ikzelf, die willen breken met de ratrace en meer verbinding zoeken met de natuur.

Om je een handje te helpen – en ter ere van al het Loslaten dat mijn leven zo heeft verrijkt – ontwikkelde ik het
Fall- journal. Een ode aan de herst, aan overgave en aan het loslaten van alles wat je niet meer dient.
Zeventig pagina’s vol kleurrijk geïllustreerde schrijf-, teken- en doe-opdrachten nemen je mee op reis in jouw binnenwereld of juist naar buiten, de wereld in.

Vertraag naar het ritme van de natuur en geef je over aan het seizoen;
‘Wild Journey – Fall’ helpt je grip te krijgen op de snelheid van het leven en laat je voelen hoe het is om jezelf te laten vallen. Om vol vertrouwen los te laten, zoals een blaadje dat zich van de boom naar beneden laat dwarrelen. Om vervolgens veilig te landen op de aarde. Terug naar de basis, een reis naar beneden in jezelf.

Laat los en laat jezelf vallen
– terug naar de aarde.
Val en val, en val nog verder
tot er niets meer over is dan dit.
Hier. Nu.


P.S. Alle prachtige fotos van mij in deze blog zijn gemaakt door Evelien op weg.
Als je aan de slag gaat met één van de Wild Journey journals krijg jij een kortingsbon voor ook zon fijne rakende shoot met Evelien!

De balans

Thoughts about life

01 | 04 | 2020

Mijn hart voelt zwaar. Ze staat afwisselend wijd open, en knijpt dan samen. Ik ben dankbaar voor wat deze periode me brengt. Hervonden inzichten over rust – vertraging – prioriteiten – verbinding… Maar ik weet niet of mijn dankbaarheid opweegt tegen het verdriet en de angst van zoveel anderen.

Ik voel me in de war. Want ellende was er altijd al. Soms dichtbij. Vaker ver weg. Het is de balans, van dag en nacht, hoop en angst, licht en duister. Goed en kwaad, als je het zo noemen wilt.

Weegt het leed dat dichtbij komt dan écht zoveel zwaarder dan dat wat ik niet kan zien? Wat maakt een landgenoot belangrijker dan een deelgenoot? We delen het allemaal met elkaar: het leven, de wereld, de ervaring… Heeft het leed van de mensheid meer waarde dan de wreedheid elders in de natuur?

Ingewikkeld, vind ik het. Ik weet niet zo goed meer wat ik moet voelen. Denken. Doen.
Wat gebeurt is tragisch en tegelijkertijd ‘is’ het gewoon. Onderdeel van het leven – en voor sommigen het einde daarvan. Zoals de wereld al miljoenen jaren draait en het leven komt en gaat.

En ik – hoe sta ik in het midden van dat alles? Ik ben het centrum van mijn wereld. Dat is niet anders dan het altijd al was. Het voelt bijna een beetje alsof dat niet meer mag. Heb ik een nieuwe rol te spelen in dit hoofdstuk? Is gewoon ‘zijn’ niet meer genoeg? Mogen we eigenlijk nog wel positief zijn in een wereld die ten onder gaat aan haar eigen hebzucht?

En zou het allemaal anders voelen, als we ergens een andere afslag hadden genomen? Als leven nog gewoon leven was, en de dood gewoon de dood? Als er geen zaken bestonden als ‘gegarandeerde zorg’… en de dood even resoluut en onvoorspelbaar zou zijn als voor het konijn dat gegrepen wordt door een vos?
Als we allemaal zouden sterven, gewoon wanneer het gebeurt, zou dit verhaal dan een andere lading hebben?

Ben ik egocentrisch als ik de gebaande paden toch al nooit zo interessant vond, en stiekem hoop op een toekomst waarin meer mensen zich in alle rust op de hertenpaadjes begeven?


Ik zoek verwoed naar wat dit allemaal betekent. Waar gaat het naartoe? Welke weg moet ik inslaan, nu de gebaande paden afgesloten raken? En ben ik egocentrisch als ik die paden toch al nooit zo interessant vond, en stiekem hoop op een toekomst waarin meer mensen zich in alle rust op de hertenpaadjes begeven?

Een antwoord vind ik niet.
Het leven is nog altijd haar mysterieuze zelf.

Het leven en de dood

Thoughts about life

27 | 03 | 2020

Al een jaar of vijf, zeg, sinds mijn 25e levensjaar zeg ik “Als ik morgen dood ga is dat oké”.
Niet dat ik het leven beu ben. Verre van! Maar ik ben heel tevreden met het leven dat ik tot nu toe geleefd heb. Als het morgen voorbij is kan ik terugkijken met een voldaan gevoel.

De meesten van mijn vrienden en familie vinden dat moeilijk te begrijpen. Hoe kun je op je 30e nu voldaan zijn, en niet in paniek raken bij gedachten aan een naderende dood?

In mijn ervaring echter, is dit dé maatstaf voor een gelukkig leven. Doe de dingen die je écht belangrijk vindt, en doe ze vandaag. Als je niets tot later bewaard komt het einde nooit te vroeg.
Op mijn linker onderarm prijkt een tattoeage met tekst. Zoeen die ik altijd zwoer nooit te zullen nemen. Want wie doet dat nou, zo’n cheesy woord of zin ergens op je lichaam kalken en daar voor de rest van je leven aan vast zitten? Ik dus. In blokletters zie ik elke dag de woorden “Live now”. Zonder spelfouten, godzijdank. En, heel eerlijk, soms voel ik me net een wandelend Xenos-bordje.

Die tattoo werd geïnspireerd door misschien wel het meest onwaarschijnlijke rolmodel dat je je bij mij kunt voorstellen. Casey Neistat : Een man wiens leven sneller gaat dan bij te houden valt, en met meer luxe en materiële rijkdom dan ik ooit wens te hebben. Een voortrazend bestaan in miljoenenstad New York.
Toch zitten we wel op één lijn: Keesie en ik. “Het leven mag geleefd worden, en JIJ bent in charge.”

(voor wat Casey-inspiratie : klik hier)

“Het leven mag geleefd worden, en JIJ bent in charge.”

Foto: www.awildjourney.com

Die woorden op mijn arm hebben mijn leven veranderd. Ik zie ze dageijks, en iets wat ik belangrijk genoeg vond om met een naald onderhuids te vereeuwigen, moét ik haast wel naleven.
Dus ga ik naar buiten wanneer de zon schijnt. Spendeer ik mijn tijd aan mensen waar ik me goed bij voel. Zet ik projecten op die me blij maken. Trotseer ik iedere storm met open ogen en opgeheven hoofd. En heb ik vertrouwen in de toekomst, ook als die anders uit mocht pakken dan ik voor ogen had.
Ik leef tenslotte alleen nú.

Het zal je niet verbazen dat mijn mind de laatste weken vaker dan gebruikelijk afdwaalt naar dit onderwerp. Mischien ervaar jij het ook. De dood is ineens dichtbij, zichtbaarder, ligt haast op de loer en drukt als een grijs wolkendek op de wereld terwijl de lentezon onverminderd aan kracht wint.

En het doet iets geks met me. In plaats van angstig, voel ik me nog meer vol waardering. Voor de ontluikende natuur. Voor de zon die naar binnen schijnt. Voor de vrijheid die ik voel. Voor alles wat ik al heb mogen meemaken en ervaren, de mooie plekken die ik mocht zien, en al die betoverende zonsondergangen die een dossierkast aan mental pictures beslaan in mijn hoofd.

In plaats van angstig, voel ik me nog meer vol waardering.

Ik ben in volle acceptatie dat de dood hoort bij het leven – en dat ik niet weet wanneer ze komt. Als het morgen voorbij is kijk ik terug zonder spijt.

Het liefste wat ik kan wensen voor de mensheid op dit moment – is dat voor eenieder het einde net zo licht en zacht mag voelen. En dat wij die na het gaan liggen van de storm nog overeind staan, elke dag ten volste mogen waarderen.

Foto: www.awildjourney.com

Van een koude kermis thuiskomen

Thoughts about life

Gisteren stond ik voor het eerst sinds het beëindigen van ons nomadenbestaan weer in onze camper Brutus.

Tranen met tuiten.

Ik ben er nog van aan het bijkomen.

Schreef ik vorige maand nog dat ik mijn camperleventje écht ging loslaten, dat ik ging thuiskomen in het hier en nu….; het lijkt haast wel onmogelijk.
Ik merk dat ik een beetje de weg kwijt ben. En waar het zwerven in Brutus me een heerlijk gevoel van vrijheid gaf, weet ik nog niet zo goed wat deze zoektocht in mijn hoofd me gaat brengen. Ik dwaal een beetje rond, tast in het duister en weet best waar ik naar toe wil, maar geen idee hoe daar te komen.
Kan iemand even het licht aan doen?

Light will guide me home



Kijk, het probleem is, ik weet dus heel goed wat ik wil. Te goed, misschien wel. Soms benijd ik de mensen die geen plan hebben, die gewoon maar wat doen. Wakker worden, de dag doorkomen, een beetje strugglen en een beetje plezier maken, en dan weer naar bed.
Ik wil niet ‘gewoon maar wat’. Ik heb ervaren hoe hard de tijd vliegt wanneer je je mee laat voeren op de dagelijkse sleur. Hoe de jaren steeds harder lijken te verdampen tot de uren op zijn.
Ik heb geproefd van een andere way of life. En nu is er geen weg meer terug.

Dus dan rijst De Grote Vraag ; Hoe geef ik het leven vorm zodat het bij mij past? Zodat ik het ten volste mag ervaren? Hoe vind ik mijn weg als natuur-wezen in een moderne wereld vol beton?

Ik vecht voor een onafhankelijk inkomen. Voor doen waar ik goed in ben, wat mij energie geeft en waarmee ik de wereld een mooiere plek maak. Voor waarde-overdracht zonder keiharde zakelijkheid. Voor gezien worden zonder commercieële trucjes. Ik probéér vol vertrouwen ‘mezelf’ te zijn en dankbaar te zijn voor wat het universum mijn kant op werpt.

Maar jeetje jongens. Makkelijk is het niet.
Ik ben namelijk niet zo’n vechter. Nee, wacht. Dat zeg ik niet goed. Ik ben een KEI in vechten en volhouden en doorgaan en al die dingen die nodig zijn om te doen wat ik doe. Maar gelukkig word ik er niet van.
Ze bestaan, hoor. De streberige rouwdouwers die bijna ontploffen van energie en alleen maar verder opladen in het heetst van de strijd.
But that’s not me. Ik ben het eeuwige kleine meisje dat in het gras onder een boom ligt en de mooiste blaadjes wil verzamelen. Ik word zielsgelukkig van rust. Van uren alleen zijn en van omhoog staren naar de wolken. Hoe verder ik wandel op mijn pad, hoe helderder ik zie dat natuur álles is voor mij.

Een veilige haven


Het bouwen van een ecohuis, op een natuur-rijke plek, waar de dagelijkse taken onder andere zullen bestaan uit buiten werken en het verzorgen van dieren, moestuin en (voedsel)bos is dan ook een logische stap. Het nomadenleven is prachtig maar ook zwaar. Ik denk dat iedereen uiteindelijk behoefte heeft aan een rustpunt, een thuisbasis. Een plek die met je mee kan groeien.

Ik leef niet in de illusie dat ik kan ontkomen aan hard werken. Maar ik weiger om mee te gaan in de huidige tendens van depressies, burn-out, totale lusteloosheid en een dwangmatige behoefte om te voldoen aan het ideaalplaatje van de burger-in-het-gareel. “Wakker worden” noemen ze dat. Ik geloof niet dat ik ooit heb geslapen.
Misschien ben ik daarom wel zo moe.

Ik merk dat StudioSarie aan het veranderen is. Misschien merken jullie het ook.
Wat ooit begon als “Hey, kijk, ik maak iets moois. Kopen?” is nu een reflectie van wie ik ben. Ik maak wat ik voel dat ik moet maken. Ik deel wat uit mijn hoofd en op papier wil. Ik voel me in verbinding met de mensen voor wie ik creëer. StudioSarie is geen bedrijf. Het is slechts het podium dat ik geef aan mijn bestaan.

En ik ben meer dan dankbaar voor alles wat dat me brengt. Het is één groot avontuur; een reis waarop ik mezelf honderd keer tegenkom. Ik daal af naar de diepstliggende grotten van mijn ziel en ontdek daar steeds weer iets nieuws.
De laatste tijd vind ik er vooral veel onzekerheid. Vragen over de toekomst en over of ik wel reëel bezig ben. Ik verdien niet genoeg om te kunnen sparen voor mijn grote droom. Ik hou te weinig tijd over om voor mezelf te zorgen, buiten te zijn. Waar liggen mijn prioriteiten en hoe houd ik die ‘in check’?
De antwoorden heb ik niet, maar ik vind de vragen de moeite waard om te onderzoeken.

Journey through life



Als je het leuk vindt om mijn reis te volgen én als je de behoefte voelt om woorden en kleur aan jouw eigen avontuur te geven, heb ik leuk nieuws voor je:

In 2020 ga ik van start met Wild Journey.
Ik ga mijn pad per seizoen documenteren om meer grip te krijgen op mijn leven, en wil de tijd  vertragen door aandacht te besteden aan het moment. Wild Journey gaat over waar je NU bent, wat je NU beleeft, welke plannen en dromen je NU hebt. En hoe al die ervaringen en verlangens die jou ‘jij’ maken groeien en veranderen en meebewegen met het ritme van de natuur.

Uiteraard wordt het een journal vol prachtige illustraties, sprankelende kleuren en een goede dosis natuur-magie. En jij gaat het zelf vormgeven, met een beetje hulp van mij.
Wild Journey wordt een weergave van jouw reis door het leven en zal je helpen om de tijd te vertragen, dichterbij jezelf te blijven, te reconnecten met de natuur en je creatieve flow volop te laten stromen.

De eerste editie zal verschijnen in het voorjaar. Als je graag op de hoogte wilt blijven en een update wil ontvangen wanneer je je kunt inschrijven, meld je je hier aan voor de nieuwsbrief.

Wat een reis, he jongens?
Fijn dat we stukjes samen kunnen wandelen.
Liefs,

Sarie

Loslaten

Thoughts about life

Het Grote Loslaten.
Loslaten blijft een terugkerend thema in mijn leven. Misschien wel omdat ik er niet zo goed in ben. Of juist omdat er zo eindeloos veel los te laten valt. Vorig jaar liet ik alles achter en ging ik weg. Op reis. De natuur in en de vrijheid tegemoet. Geen idee wanneer en of ik ooit nog terug zou komen. Dat loslaten ging me eerlijk gezegd makkelijker af dan het afsluiten van mijn avontuur nu ik weer terug ben vlakbij waar ik begon. Geografisch gezien, dan.

Het grappige is dat ik het thema voor deze maand nogal nonchalant uitkoos. Iets met herfst en vallende blaadjes. Loslaten leek een inkoppertje. De natuur heeft altijd gelijk.
Ik bijt me persoonlijk nogal vast in, nouja, alles wat ik doe. Mijn loslaatlijstje is dus eindeloos. Welkom in het leven van een vrijheidslievende controlefreak ; ) Maar toen ik aan de slag ging met dit thema bleek al snel welk Grote Loslaten mij op dit moment te doen staat.

Deze blog is daarom een ode aan Brutus (onze camper). Aan de vrijheid van het camperleven. Aan mijzelf en dat ik het lef had deze sprong te wagen. Een dankwoord voor alle avonturen die ik mocht beleven en de lessen die ik mocht leren. En een warm vaarwel aan een dierbaar hoofdstuk van mijn bestaan.

Ode aan de vrijheid
Ik word wakker van het tikkende geluid van een kleine bonte specht op de boomtak naast mijn raam. Het is ochtend. Geen idee hoe laat. Gouden zonnestralen sijpelen naar binnen. Naast mij slaapt Bas nog. Aan het voeteneind spint een kat en naast mijn hoofd hoor ik het vertrouwde “kekkekkekkek” van Chloë die de specht nu ook gespot heeft.
Ik probeer te bedenken welke dag van de week het is. Oktober. Het is oktober, want de herfst is in volle gang en we zijn de afgelopen weken voor de herfstkleuren uit gereisd. We plukten paddestoelen in Zweden, zagen de bomen weer groen worden in Denemarken en Duitsland, verzamelden in Nederland noten onder een stralende zon en maakten in Frankrijk opnieuw het begin van het herfstseizoen mee. Oktober, dus. Maar nog steeds geen idee welke dag. Ik kan er niet opkomen, en het maakt me eigenlijk ook niet uit.

Er is geen plan voor de dag, of voor de rest van ons leven. Er is slechts vandaag. En vandaag gaan we erop uit. Het bos in. Een rondje rond het meer. Een berg beklimmen. Cruizen met Brutus op zoek naar een nieuw plekje om te zijn. Elke plek is nieuw. De ontdekkingen eindeloos. Het maakt niet uit of we door een slaperig stadje wandelen of een verlaten mijnschacht verkennen. Elke dag is een nieuw avontuur.
We zijn nu bijna een half jaar onderweg, en ik bespeur slechts nog restjes van mijn ‘oude’ mindset. Ik heb geen behoefte meer aan het kopen van nieuwe spullen. Ik hoef niet meer te weten wat ik volgende week ga doen. Ik kijk niet meer in de spiegel. Of op de klok.
Langzaam probeer ik ook mijn gedachten over werken en geld een nieuw plekje te geven. Ik vind het lastig. Ben nog te vaak krampachtig achter mijn laptop ‘aan het werk’, snakkend naar een inkomen, naar een zekerheid dat ik dit bestaan vol kan houden want god, wat maakt dit me gelukkig! Te laat realiseer ik me dat angst altíjd de keerzijde is van geluk. Waar je van houdt wil je niet laten gaan.
Pas aan het einde van het avontuur daalt het besef ten volste in dat mijn ervaring van het leven elke dag simpelweg een keuze is. Een keuze om me te focussen op verdriet of op momenten van geluk. Om te snakken naar wat ik (nog) niet heb of om te vieren waar ik nu ben. Om de controle te hebben of van de vrijheid te genieten.
Je kunt maar op één plek tegelijk zijn. Elk moment slechts één keer beleven. Als je het geluk van vandaag vermoord met je zorgen om morgen, wat heeft het leven dan nog voor zin…?


The end of an era
Ik stap naar buiten. De frisse lucht in. De parkeerplaats is verlaten. Het kerkje gehuld in ochtendnevel, en het bos nog aan het ontwaken. In het weiland slaan een paar lodderige koeienogen me gade terwijl ik mijn koffie drink op een bankje in de koude winterzon. Ik overdenk onze plannen en de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Ik voel een steek van verdriet. Angst, teleurstelling, onzekerheid, de emoties razen door mijn lijf. Klopt dit wel? Is dit het goede pad?
We hebben zojuist besloten terug te gaan naar Nederland. Niet omdat het reizen niet meer bevalt. Oh nee! Hoewel Bas het wel een beetje beu is om elke drie dagen een stroom poep en plas uit ons toilet te laten klotsen, en ik een warme douche af en toe best zou kunnen waarderen. Ik vind comfort voor vrijheid nog steeds een prima ruil.
We werden verliefd op een stuk land dat voldoet aan heel veel van wat we zoeken voor de toekomst. Rustig gelegen, bebost, werkgelegenheid in de buurt (just in case), en groot genoeg voor al onze wilde plannen. We kunnen het nu kopen, of… tja. Of niet.
Vrijheid is ook alle overwegingen los durven laten. Gewoon ergens voor gaan. De perfectie zien van wat er op je pad komt. En wat er op ons pad komt blijkt in te houden dat we stoppen met reizen, voor nu. Dat dit het moment is om te beginnen aan deel twee van ons grote avontuur.

Ik merk dat ik er moeite mee heb. Dat ik nog niet klaar ben om te laten gaan wat ik nu heb. Bijna niet bereid ben om een nieuwe fase in te stappen nu ik me zo op mijn plek voel waar ik me bevind. Voor het eerst voel ik dat het gaan voor je dromen óók een schaduwkant heeft. Is het niet veel gemakkelijker tevreden te zijn met het gangbare pad? (Rijtjes)huisje, boompje, beestje, baan in loondienst?
Elk dag is een keuze.

Zonsondergang in het paradijs
De lentezon schijnt verblindend op een sprookjesachtig sneeuwlandschap. Deze laatste maanden in de camper voelen als een cadeautje. Nu ik weet dat we het einde van het avontuur tegemoet rijden, stijgt elk moment in waarde. Het is alsof ik de snijdend koude lucht extra diep inadem. Me nog meer verbind met de natuur. Een diepere dankbaarheid voel voor alles wat is. Werk laat ik links liggen. Alleen vandaag telt.
Het leven is mooi.



In de periode die volgt heb ik het moeilijk. Ik stort me vol overgave op het maken van een thuis in een huis. Het ontdekken van wilde plekjes natuur in ‘eigen land’. Een land dat niet meer voelt alsof het van mij is, maar nu toch weer mijn thuisbasis vormt.
Ik stort me op mijn kunst, op fotografie, op het uitbouwen van mijn creatieve passies tot een ‘baan’ die ons kan onderhouden, straks op dat prachtige stukje aarde helemaal voor onszelf. Ik breng mijn dagen alleen door terwijl Bas naar zijn werk gaat, en kan moeilijk mijn draai vinden na anderhalf jaar altijd samen. Ik herinner me de transitie van huis naar camper een zomer geleden, en hoe geen enkele verandering ooit voelt zoals je verwacht.

Een nieuwe dag
Het is lastig. Maar alles is ook ZO veel makkelijker! Er komt water uit de kraan, ik heb plek om mijn schilderijen te bewaren. De wc spoelt door. We hebben meer dan 10 vierkante centimeter ruimte in de vriezer. En bovenal heb ik tijd en ruimte om me op mijn kunst te richten. Ik ben een gelukkig mens.
En daarom besluit ik vandaag dat het genoeg is. Genoeg getreurd om wat was. Genoeg sprankelende herinneringen aan woeste natuur en zorgeloze dagen overschaduwd met mijn twijfel over waar ik nu ben. Vandaag maak ik de keuze om dankbaar te zijn voor alles wat ik heb beleefd én voor het nieuwe hoofdstuk dat ik begonnen ben. Met een glimlach denk ik terug aan alle kampvuurtjes met versgevangen vis, het zoeken van drinkbaar water en elke dag een ijskoud ochtendbad bij de beek. Mijn hart stroomt over van gelukkige herinneringen.
Ik leerde gelukkig zijn met niets. Dus wat heb ik nu dan nog nodig?

Vandaag ben ik hier en dat is helemaal goed.


P.S. Sinds deze maand werk ik met een maandelijks thema. Dat geeft me niet alleen bergen inspiratie op artistiek gebied, maar brengt me ook inzicht in mijn persoonlijke reis én zorgt ervoor dat ik elke maand vooruit blijf bewegen.
Als jou dit ook een fijn idee lijkt, deel ik mijn inspiratie graag met je middels Gelukspost! Of je kunt lid worden van de Wild Minds Tribe op Facebook waar we elke maand delen over het thema. Voor de maand november is het thema : thuiskomen.


Op zoek naar meer inspiratie? Check hier mijn moodboard en een verzameling van alle kunst per thema.

Living life on my terms

Thoughts about life

“The price of anything is the amount of life you exchange for it”

– Henry David Thoreau

Ik hoor het mijn vader nog zo zeggen, toen ik hem vroeg of driehonderd gulden een goede prijs was voor de knalgele televisie die ik op het oog had voor in mijn Manen en Sterren slaapkamer.
“Wat is het jou waard? Als het jou dat waard is, is het een goede prijs.”
Het was mijn eerste ‘grote’ aanschaf. Mijn zakgeld had ik jaren opgespaard en nu ik dat uit ging geven – driehonderd gulden is toch een behoorlijke smak geld voor een tiener – wilde ik oh zo graag een verstandige keuze maken.
Aan mijn vader had ik dus helemaal niks.

“Wat is het jou waard?”. Dat zinnetje heeft nog veel door mijn hoofd gespeeld in alle jaren die volgden, en nu – als bijna-dertiger – is het eigenlijk een beetje mijn levensmotto geworden als het aankomt op financiële uitgaven. Groot of klein.

Geld heb ik altijd een raar iets gevonden. Als kind kon ik moeilijk in slaap komen. Uren staarde ik naar het plafond voor ik de slaap kon vatten. Soms raakte ik pas echt in een diepe slaap ver nadat ik mijn ouders de trap op had horen komen om naar bed te gaan. Tegen elkaar fluisterend in de badkamer. Het licht op de overloop dat aan ging en mijn deur langzaam op een kiertje – en dan zo goed mogelijk doen alsof ik al lang sliep en niet net gauw mijn boek onder het kussen had verstopt.
Gelukkig was ik gezegend met een rijke fantasie en en een voorliefde voor filosofische mijmeringen, dus vervelen deed ik me niet in die schemerige uurtjes. Meerdere malen heb ik mijn hoofd gebroken over een wereld zonder geld. Een wereld zonder arm of rijk. Een utopie waarin iedereen gelijk en gelukkig zou zijn.
Iedereen zou doen waar hij of zij goed in was, en in ruil daarvoor kon iedereen dan bij elkaar gratis diensten en producten afnemen. Maar ja, wat was dan eerlijk? Hoeveel kippen kon je dan kopen in ruil voor jouw diensten als kapper? En wat nu als je helemaal nergens echt heel goed in was, of de mensen geen behoefte hadden aan jouw talent? En luie mensen? Die zouden er vast ook zijn. Mensen die zelf niets toevoegden maar wel meeprofiteerden. Een ruilmiddel zou nodig zijn. Iets om het ruilen af te meten, eerlijk te houden. Het kon zo simpel zijn als steentjes of schelpen of… euh… Ohja. Laat maar.
De desillusie van elke keer met een nieuwe omweg uitkomen op dezelfde conclusie, maakte ik dat ik mijn zoektocht naar een ‘nieuwe wereld’ staakte. Plus, ik werd een puber en had die nachtelijke uurtjes nodig om na te denken over mijn outfit voor de volgende dag en het stoppen van zoveel mogelijk tekens in sms-berichten naar mijn vriendje.

Ik kreeg baantjes, ging het ouderlijk huis uit, en mijn spaarrekening groeide. Als ik terug kijk, denk ik dat ik eigenlijk altijd meer plezier heb gehaald uit het oppotten van geld, dan het uitgeven ervan. Het gaf me een veilig gevoel, maar maakte me ook trots; ik kon leven met weinig en was ontzettend goed in mezelf dingen ontzeggen zodat ik met een goed gevoel naar mijn bankrekening kon kijken. Ik rondde mijn studie af, begon een eigen onderneming en maakte kennis met de andere kant van geld; ontvangen.

In loondienst was het altijd duidelijk wat ik kon verwachten. Iemand, ergens, één of andere hoge pief, had bepaald wat de waarde was van de functie. Niet mi̇́jn waarde, maar de waarde van de baan. Ik kon akkoord gaan, of niet, en dat was dat.
Eén keer heb ik een onderhandelingsgesprek gevoerd over mijn salaris, en gevraagd om een – door mijn job coach destijds geadviseerd – bedrag. Ik kreeg het, en was eigenlijk met stomheid geslagen. Waarom ik collega’s had die minder verdienden, en anderen die tegen hun plafond zaten, heeft bij mij nooit echt kunnen landen.
Afijn, die baan bezorgde me een burn-out én het geld waarvan ik een camper kocht om met de noorderzon te vertrekken.
“Wat is het jou waard?”.

Ik begon met StudioSarie (eerst en nu ook weer ‘artbySaar’), en had niet het flauwste idee wat ik kon vragen voor mijn creaties. De meningen om mij heen waren verdeeld. Niet te veel. Maar ook niet te weinig. Mezelf niet wegzetten als goedkoop; mijn talent op waarde schatten. Wat zou ik er zelf voor betalen? Hoeveel tijd kostte het mij? Maar ook; wat zou het waard zijn voor die ander? Een logo is duur, want heeft een grotere waarde voor de ontvanger dan exact hetzelfde ontwerp als print voor aan de muur. Maar is dat zo? En wie bepaalt dat dan? Hoeveel is een custom ontwerp méér waard dan een bestaand design, en wie betaalt alle overige uren arbeid die ontstaan uit het werken als zelfstandige?
Ik zag door de bomen het bos niet meer, en vooral veel beren op de weg. Ik paste mijn prijzen aan omhoog, omlaag, en als ze naar links en rechts hadden gekund had ik dat vast en zeker ook gedaan.
Klanten gaven me méér dan waar ik om vroeg, omdat ze de prijs niet oké vonden, of wilden geen nieuwe bestelling plaatsen omdat ze eerder hetzelfde voor minder van mij hadden gekregen. Ik schilderde, tekende, besprak, verpakte en verzond me een slag in de rondte.

Vijf euro. Dat is waar alles mee begon. Vijf euro voor een handgetekend (totem)dier naar keuze op kraftpapier, met krachtdier-omschrijving en twee houtjes met touwtje om het geheel aan op te hangen. Ik denk dat ik er een stuk of 100 tekende.  Een uurtje of 3 was ik wel kwijt per design. Ik overlegde uitgebreid over voorkeuren voor de houding van het dier, in welke taal de omschrijving moest zijn, of er nog speciale wensen waren… Tekende het ontwerp, verzamelde hout in het bos, sneed dit op maat en bevestigde boven en onder een takje met kleurrijk touwtje om de boel aan op te hangen. Ik fietste op en neer naar de supermarkt voor kartonnen dozen welke ik ook op maat sneed om mijn enveloppen meer body te geven, en bestempelde deze met vrolijke patroontjes. Het geheel werd ingepakt met veel liefde, washitape, occasionally een gevonden eksterveer en een handgeschreven kaartje.
Ik hield van wat ik deed.
Het maakte me niet uit dat mijn omgerekende uurloon minder was dan de twee euro waarvoor ik ooit de schappen aanvulde bij Albert Heijn.

Alles veranderde toen ik stopte met mijn baan in loondienst. Ik was nu afhankelijk van mijn kunstzinnige inkomsten en mijn god, wat was dat eng! Het benauwde, beklemde en bevroor me. “Wat is het jou waard?” veranderde in “Wat heb ik nodig?”. Hoeveel euro’s heb ik nodig voor een bestaan in vrijheid. Hoeveel bestellingen, hoeveel opdrachten, hoeveel uren werk moet ik verrichten om niet opnieuw op een grijs kantoor te belanden?
Maandenlang voelde ik me zo verstikt in het web van marketing, prijsberekeningen en zakelijke beslissingen dat ik 70-urige werkweken maakte achter mijn laptop, waarin de bestellingen uitbleven en mijn kwasten stonden te verstoffen.
“Wat is het jou waard?”

Vorige maand gooide ik het roer volledig om. Gooide mijn prijskaartjes de camperdeur uit. Letterlijk en figuurlijk.
En vond daarmee een antwoord op die ene prangende vraag.
De waarde van mijn werk.
Het gaat helemaal niet om wat het mij waard is. Of wat ik vind dat het jou waard zou moeten zijn. Ik had mijn waardes al die tijd al op een rijtje; ik wil leven vanuit liefde en inspiratie. Liefde voor het leven. Liefde voor de aarde. Liefde voor mijn zelf-verworven vrijheid, die er eigenlijk stiekem altijd al was. Liefde voor mijn medemens en enthousiasme voor de creaties die ontstaan in verbinding.

Dus de vraag is niet voor mij.
Maar voor jou.
“Wat is het jou waard?”

De gele tv is meermalen mee verhuisd en heeft me eindeloos veel zondagochtenden series kijken en inspirerende uurtjes National Geographic gebracht. Die was het dus wel waard. Had mijn vader toch gelijk.

Iets moois door mij laten maken?  Stuur me rustig een berichtje en laat me weten wat jij wil en wat het jou waard is. Word ik blij van. En ik denk jij ook.
Liefs!