Waarom je wil blijven dromen

Dream, Winter

Deze winter laat ik me meevoeren op het thema Dromen.
Wat mij betreft wordt het een magische reis, vol licht en kleur en fantasie.
Maar, heel eerlijk, voorspellen kan ik het nooit! De seizoensthema’s voeren me elke keer weer mee op een ander soort reis dan ik had gedacht of verwacht. Zoals het leven.
En ik zou het niet anders willen.

It’s a wild journey!

Dromen hebben ergens een gekke soort negatieve associatie meegekregen vanuit de moderne maatschappij.  Waar dromen vroeger – en nog steeds in inheemse stammen- een bepaald aanzien hadden, worden ze nu vaak weggewimpeld als iets zweverigs, iets voor kinderen, of voor mensen met teveel fantasie.

We worden ontmoedigd te dromen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
En als we al mogen dromen, dan wordt ons vaak verteld dat dromen preciés dat zijn – “drómen”. Iets wat nooit realiteit zal worden. Zaken die onhaalbaar zijn om naar te streven.

Als je mij een beetje kent dan weet je dat ik daar niet in geloof. Ik geloof in GROOT dromen én in die dromen waarmaken!

Waarom? Omdat dromen de creatieve uitingen van je geest zijn.
Dromen houden je flexibel. Dromen houdt je jong. Dromen zorgen voor levenslust.

En dan bedoel ik álle vormen van dromen :
Het onsamenhangende soort wanneer je ‘s nachts in bed ligt, je stiekeme dagdromen over zonovergoten eilanden met witte stranden, én die ene droom die je al jaren najaagt en die zich beetje bij beetje begint te manifesteren in je dagelijkse realiteit.

Dromen zijn essentieel om gezond te blijven.
Om het kind in je levend te houden. Om in beweging te blijven, vrijheid te ervaren. Om op weg te zijn naar een zonnige toekomst. Dromen is noodzakelijk als je niet op wil gaan in de massa, maar jouw eigen pad wil bewandelen.
Jóúw leven wil leven.

Maar hoe doe je dat? Blijven dromen in een wereld die de grijze harde realiteit dagelijks ongevraagd in je gezicht smijt? (Ha, ik ben niet pessimistisch, hoor. Maar dit is óók het leven!)

Een stappenplan naar meer droomgeluk!

1. SCHRIJF
Schrijf! Schrijf over vanalles. Gewoon wat er in jouw hoofd omhoog borrelt. Gun jezelf de vrijheid om ongeremd alle richtingen op te denken. Gewoon een beetje te mijmeren, over hoe het leven zou kunnen zijn – en laat de woorden op papier vloeien. Het hoeft geen goed lopend verhaal te worden, je hoeft niet netjes te schrijven. Je kunt ook typen als je dat fijner vindt.
Iets opschrijven is de eerste stap om het werkelijkheid te laten worden. Het is nu uit jouw hoofd en in de wereld. Het allerbegin van de weg van droom naar realiteit.
Een droom is zojuist geboren. En het besef – ergens daar heel diep binnenin jou- dat deze droom wél werkelijkheid kán worden als jij dat écht zou willen, helpt om ook andere grote en kleine dromen te blijven dromen.


2. VISUALISEER
Ga ergens zitten waar je comfortabel bent. Demp je omgevingsgeluiden en/of zet een fijn rustig muziekje op. Neem hier echt even een momentje de tijd voor! Een momentje helemaal  voor jou en je dromen.
Zit je? Sluit dan je ogen en adem een paar keer diep in en uit.
Stel je nu voor dat je jouw droomleven leeft. Maak je een zo levendig mogelijke voorstelling en benoem zoveel mogelijk details voor jezelf. Waar ben je? Wat doe je? Met wie ben je? Hoe voel je je?
Het kan fijn zijn om na je visualisatie een tekening te maken of enkele details op te schrijven in je journal.

3. WEES CREATIEF
Creatief bezig zijn – in welke vorm dan ook – is in de basis een uiting van een droom. Wanneer je je creativiteit vrij laat stromen onstaat er ruimte in je hoofd om los te breken van vaste patronen en gebaande paden. Je bedenkt iets dat (nog) niet bestaat en creëert het vervolgens zó de realiteit in! Creativiteit is magisch, als je het zo bekijkt.
Neem eens een uurtje de tijd om met wat creatieve materialen aan de slag te gaan. Verzamel al je potloden, stiften, scharen, lijm, fimoklei, wcrolletjes – wát je dan ook thuis hebt rondslingeren. En creëer iets.
Inspiratie nodig? In het Dream-journal vind je laagdrempelige creatieve opdrachten, helemaal in het thema van de winter en Dromen!

4. LAAT JE INSPIREREN
En bedoel ik echt geïnspireerd worden, he. Niet alleen maar uren scrollen over jaloersmakende Instagram-accounts van zogeheten influencers ‘living the dream’.
Maar als je dat dan tóch doet; stel jezelf dan eens deze vragen:
Wat maakt dat je geïnspireerd wordt door (of jaloers bent op 😉) het leven van deze persoon? Welke onderdelen van zijn/haar levensstijl zou je ook in jouw leven willen implementeren?
En kan je ook nog groter dromen…? Als je deze leefstijl helemaal ‘jij’ zou maken, hoe zou dat er dan uitzien? Laat je even niet tegenhouden door mogelijke beperkingen of obstakels in de realiteit. Dit is een droom. Die hóeft niet uit te komen. (Maar het kan wel).

5. GUN JEZELF TIJD
Dromen ‘najagen’ is misschien niet de goede term. Je hoeft niet rennend achter je droom aan. Je mag eerst gewoon eens rustig gaan liggen om überhaupt te dromen. Je hoeft niks. Nergens naar toe. Niets te doen. Alles is al hier.
Repeat after me: “Ik heb genoeg. Ik doe genoeg. Ik ben genoeg”.
Dromen ontstaan niet vanuit nood, maar vanuit overvloed. Een droom die je móet realiseren om gelukkig te zijn is geen droom. Dat is een last.
Gun jezelf de ruimte en de rust om te dromen.
Adem diep in. Laat alles los. Sluit je ogen.
En droom.


Dit waren mijn vijf tips voor stappen naar een leven gevuld met meer dromen!

Als je aan de slag gaat met dit stappenplan, laat je het me dan weten? Ik volg graag jouw reis door een wereld van dromen en realiteit. Wanneer je deelt over jouw reis help je anderen ook weer een stukje op weg om de wereld te vullen met meer lichtheid en dromen.
Vergeet me niet even te taggen, @studiosarie. Vind ik leuk <3

Liefs!
En droom zacht 😉

Sarie

Mijn herfstwandeling met Evelien

Uncategorized

20/10/2020

Om kwart over 11 parkeer ik bij Evelien in de straat. Te laat, maar er moet bij Eef nog een koelkast bezorgd worden, dus het geeft niet. Een beetje warrig en vol is mijn hoofd. Met nieuwe plannen, onafgemaakte ideeën en hoge verwachtingen.
Vanmorgen had ik zelfs een beetje buikpijn. Alsof ik zenuwachtig was voor onze afspraak. Haha.
We gaan gewoon een eindje wandelen. Evelien maakt wat foto’s. Ik ben gewoon ik.
Toch besteedde ik een verwarrende hoeveelheid aandacht aan mijn kledingkeuze vandaag. Het werden een rood shirt en mijn bloemetjeslegging. Kleurt lekker matchend met mijn Instagramfeed.  

Op de foto gaan vind ik niet zo spannend. Wandelen met Evelien ook niet. Wat houdt me dan zo bezig dat ik me deze dag niet écht kan ontspannen? Tot het moment van vertrek houd ik me bezig met de vraag wáár ik Evelien mee naartoe neem om te wandelen. Mijn hart wil naar de Veluwe. Ik was daar gisteren nog en het bos was er prachtig. Honderd kilometer rijden is niet héél ver, maar misschien toch een beetje overdreven voor een middagje. Ik besluit dat het allemaal niet zo ingewikkeld hoeft. Hier is ook gewoon goed. Een park in plaats van een bos – als we maar in de natuur zijn. Dankbaar voor wat we hier dichtbij aan landgoederen hebben. Met prachtige eeuwenoude eikenlanen en torenhoge beuken.
De herfst is overal betoverend.

Eenmaal aan de wandel raken we aan de praat over mijn herfst-thema : Loslaten. Evelien overvalt me een beetje met de vraag of ik dit seizoen nog meer loslaat dan mijn baan in loondienst. Ik weet het even niet. Ik heb het gevoel dat er al jaren zoveel blaadjes en laagjes van me afvliegen dat ik er nog niet eens heel erg bij stil heb gestaan wat er dit seizoen specifiek losgelaten mag worden.
Evelien begrijpt mij als (bijna) geen ander wanneer ik het heb over het ervaren van het ‘échte’ leven, het pure bestaan, het in contact zijn met de wereld, en dat zich dat in mijn believing afspeelt op de plekken waar zelden een mens te bekennen is. In de natuur, in de levendige rust van het bos, in de brute kracht van de storm, in de onbeweeglijke stilte van een perfect spiegelend wateroppervlak. In het wild, daar waar je kwetsbaar bent en vrij. Daar waar je alle assumpties over wie je zou moeten zijn – loslaat.

Mijn ultieme wens – om het leven te léven in verbinding met de natuur, heeft al een flinke stapel belemmerende overtuigingen de kop in gedrukt. De deur uit met alle zekerheden, met afhankelijkheid en schijnveiligheid. Ik hecht geen waarde meer aan status, looks (eh, behalve vandaag even dan, he), materiële zaken of sociale normen. Slechts figmenten van hoe mooi het leven het kan zijn.
Een beetje gekscherend zeg ik al wandelend dat er een ‘verkeerde’ manier is van naar de wereld kijken. De manier waarbij mensen de essentie van het leven (de natuur) ontkennen en hun leven spenderen in de houdgreep van betonnen muren, schermen en zelfbedachte regeltjes.
Evelien merkt scherp op dat de meeste mensen het niet zozeer verkeerd zien – maar dat ze het gewoon niét zien. De wereld is blind voor hoe prachtig ze is.

Ik vind het fijn, om deze blik op het leven te kunnen delen. Om in contact te zijn met mensen die zich net zo intens verbonden voelen met de natuur als ik. En niet voor de eerste keer bedenk ik me; áls ik een missie heb in het leven dan moet het zijn om deze mensen te vinden. Om hen te helpen de ogen te openen voor wat ze diep in hun hart misschien al voelen. Om ons samen te verwonderen over de schoonheid van de wereld en te delen in een intens diepe dankbaarheid voor het leven.

Of ik nog iets ging loslaten, vroeg Evelien me dus. Er komen eigenlijk alleen een hoop zaken naar boven die ik wel had wíllen loslaten, maar waar ik toch aan vastgehouden heb. Het allerliefste wilde ik dit seizoen gewoon even niets. Heel intens de herfst ervaren. Buiten zijn. Bakken, naaien. Knusse dingen doen en de natuur in. Niet-werken. Het is een heel consistent thema in mijn leven; ik wil helemaal niet werken.
Ik ben niet lui of naïef (dat laatste misschien een beetje – ik geloof ten slotte nog altijd in de goedheid van de mens). Maar de afstand tussen investering en beloning in deze maatschappij is me simpelweg véél te groot.
Het leven is mijn kostbaarste ‘bezit’. Mijn tijd ergens aan spenderen (besteden, uitgeven!) is dus iets waar ik heel bewust mee omga. Mezelf mijn tijd in de natuur ontzeggen om hard te werken en geld oppotten voor later? Niet mijn stijl. Wat als ik later dood ben? Of wat als er later ook weer een later is? Als je wil léven, moet je leven. Nu. Niet later.
I’m alive!

Ja. Dit is wat ik heel sterk voel dit seizoen. Ik leef! En welke-god-dan-ook, wat ben ik dankbaar! Een beetje verbaasd is Evelien wel wanneer ik uit dat ik toch echt best wel tevreden ben met mijn leven. Ik geef immers graag af op de stad met al haar herrie en uitlaatgassen. Op Nederland met haar spaarzame stukjes groen en op de maatschappij met haar honderdduizend eisen, verwachtingen en regels. Ik werk aan mijn droom, en ik zou niet willen leven zonder dromen, maar ik heb ook iets heel belangrijks losgelaten;
het idee dat mijn leven pas compleet is na het realiseren van die droom. Ik heb het weg laten vliegen als een blaadje op de wind. Het leven is goed zo. Zo goed! En dat het nog mooier kan is slechts een cadeautje. Een bonusje. De kers op de Aarde.

Ergens laat ik vallen dat ik misschien wel een beetje ‘klaar’ ben met mijn baan als illustrator (ik schrik er zelf een beetje van!) en dat ik meer en meer neig naar een vorm van ‘werk’ waarbij ik zoveel mogelijk tijd buiten door kan brengen. Daar waar ik voel dat ik leef, waar ik omringd ben door leven, waar het leven plaatsvindt. Ik wil niet zo ver gaan om te zeggen dat elk uur dat ik tussen vier muren doorbreng een verloren uur is, maar ik ben zeker niet van plan te investeren in een levensstijl die me meer naar binnen trekt dan naar buiten. En illustreren gaaat me nu eenmaal makkelijker af binnen aan een tafel dan op een boomstam in het bos.

Vervolgens zegt Evelien iets wat me aan het denken zet. Iets over ‘de natuur naar binnen brengen’ en dat wij (Bas en ik) dat zo goed doen. Ja, dat klopt wel – wij leven inderdaad op 23m2 boshut. En mijn visie voor in Frankrijk (wanneer we daar eenmaal ons ecohuis gebouwd hebben) is toevallig ook om toffe meubelstukken en andere natuur-kunstwerkjes te creëren met bosvondsten. Waarom niet nu alvast beginnen? Maar dan zegt Evelien nog iets anders. “Ik bedoel niet alleen naar binnen, maar ook naar bínnen” en ze klopt met een vlakke hand op haar hart.

Naar binnen.
Ik mag je uitnodigen de natuur binnen te laten. Je ogen te openen en de wereld binnen te laten stromen. Ik wil je inspireren meer tijd in de natuur door te brengen omdat ik wéét dat je dan zal voelen wat ik voel. Wanneer je je openstelt voor het leven zie je hoeveel schoonheid er is in eenvoud. Hoe simpel en tegelijk complex ieder natuurlijk fenomeen zich voor je ogen voltrekt. Hoe wonderlijk de wereld is en hoezeer je er thuis bent.

Dát wil ik ervaren. En dát wil ik met je delen.
Al het overige zou ik willen loslaten. Ik wil me laten vallen en alleen nog aandacht geven aan datgeen wat mijn hart tot over de rand vult met dankbaarheid voor het leven.
Maar ik vind het eng. Doodeng.
Het lukt me nog niet en dat geeft niet.

Dat het moet mag ik loslaten.

Maar dat het kán laat mij niet meer los.

En met dat besef daalt alle chaos neer, als een boom die in één zucht al zijn bladeren loslaat.



P.S. Elk seizoen wandel ik met Evelien (www.evelienopweg.nl).
Ze neemt me mee in wat er op dat moment voor mij speelt, spiegelt me en stelt rake vragen over hoe ik mijn plek in de wereld ervaar. De wandeling is ongedwongen, en de foto’s neemt ze vaak haast ongemerkt. Elk seizoen kom ik thuis met nieuwe inzichten en nieuwe vragen, en puzzelstukjes die ineens hun plek lijken te vinden in het grotere geheel.
Wanneer ik de foto’s terugkijk verbaas ik me; ben ik dat? Ja! Dit ben ik, helemaal. Dit is méér ‘ik’ dan wanneer ik in de spiegel kijk. Meer ik dan hoe ik mezelf voorstel. Dit ben ik zoals ik vandaag in de wereld sta. Ieder seizoen zie ik een verandering in mij, zie ik dat ik een stukje verder ben op mijn reis. Bijzonder.

Wanneer Evelien een wat ‘bewuster’ fotomoment inlast word ik ineens onzeker. Hoe moet ik me een houding geven? Wat moet ik doen? Wat wil ik uitstralen, wie ben ik eigenlijk? Waar laat ik die arm? “Niet zo achter je rug, Sarie, dat ziet er een beetje gek uit”.
En toch, ook de onzekerheid in mijn ogen, terug te zien op de foto, vertelt het verhaal van wie ik ben. Ik zie hoe ik zoekende ben. En ik zie ook hoe alles in mijn gezicht verandert wanneer ik even mijn ogen sluit, diep inadem, gek met mijn armen zwaai en weer terugkom bij wie ik van binnen ben. Zónder na te denken over hoe dat er aan de buitenkant uitziet.

Ik ben het allemaal en het is een waardevolle spiegel om mezelf zo te mogen zien.

Wil jij ook een keer wandelen met Evelien (mét of zonder foto), dan vind je in het Fall-journal een fijne kortingsbon.
Ik kan het je alleen maar aanraden!

Een uitdovend vlammetje in de nacht

Fall, Thoughts about life

Om te worden wie ik ben moest ik loslaten wie ik dacht te zijn.
En het is een ongoing process. Nog steeds doe ik met enige regelmaat dingen waarvan ik me pas later realiseer dat die helemaal niet bij mij passen. Soms herhaaldelijk. Stoot mijn neus keer op keer op keer, omdat ik mezelf in een keurslijf probeer te dwingen dat simpelweg niet mijn maat is. Of mijn stijl. Laat mij gewoon lekker wild en vrij rondrennen!

De herfst herinnert me dat het oke is om los te laten. Dat er weer nieuwe blaadjes zullen groeien wanneer de tijd rijp is. Ik groei, word sterker, en sta stevig geworteld in de aarde. Óók wanneer de storm rond mij raast en hele takken afbreekt.

Na mijn eerste burn-out, nu 7 jaar geleden, ben ik nooit meer geworden wie ik daarvoor was. Ik denk nog wel eens terug aan dat energieke meisje van toen. Dat hard studeerde, twee bijbanen had, met vriendinnen de stad in ging, wekelijks naar de sportschool en óók nog tijd over had om meerdere hobby’s te beoefenen.
Toen het me allemaal teveel werd kon ik geen enkele prikkel meer verdragen.
Lange tijd gruwelde ik van de stad. Al die mensen. Waar over de markt dwalen eerder een gezellige zaterdag-activiteit was, liep ik nu met opeengeklemde kaken van de fietsenstalling naar het station, en alleen als het écht moest.

Pas toen ik fysiek niet langer in staat was om de show vol te houden, leerde ik dat je alles los kunt laten. En dat de wereld dan blijft draaien.

Dat gevoel van overwhelm bij grote groepen mensen is nooit meer weggegaan. Net zoals de energie om alle dingen te doen die ik voorheen deed, nooit is teruggekomen.
En waar ik lange tijd een strakke scheiding zag in Sarie pre-burn-out en Sarie post-burn-out, kan ik daar vandaag een nieuw licht op schijnen. Want als ik echt heel eerlijk kijk (en hoe meer tijd er verstrijkt, hoe eerlijker ik terug kan kijken naar wie ik ooit was!) zie ik dat de einzelganger van vandaag altijd al verstopt zat in dat bezige bijtje van toen.
Ik durfde het alleen nog niet toe te geven.

Pas toen ik fysiek niet langer in staat was om de show vol te houden, leerde ik dat het ook anders kan. Dat je alles los kunt laten. Dat je gewoon kunt zeggen; ik doe even niet meer mee. En dat de wereld dan blijft draaien.
Dat het leven doorgaat
en onverminderd prachtig is.

Ik wilde geloof ik vooral heel graag ontsnappen uit de kooi die ik voor mezelf had gebouwd.
De deur openen en gewoon weglopen. Maar ik wist niet of het mocht – realiseerde me niet dat het kon. Ik keek steeds over mijn schouder en vond nooit het goede moment om de drempel over te stappen. Tot het leven me een zetje gaf en ik naar beneden donderde.

Burn-out, noemen ze dat, en hoewel mijn haren overeind gaan staan bij die term (het geeft me het gevoel van een gehyped Generatie Y dingetje – alsof ‘wij millennials’ te lui zijn om het leven aan te kunnen) – is het óók de meest accurate term die ik ken voor de bijbehorende mentale en fysieke staat.

Opbranden…. Zó hard en fel branden dat de brandstof binnen luttele seconden volledig verteerd is in een woeste vlammenzee. En dan…, alleen nog gloeiende kooltjes, zware rook en een dikke laag as.
Dat is hoe het leven voelde in 2014. Ik had de brandstof voor een heel leven er in enkele jaren doorheen gejaagd en nu bewoog ik me futloos door een kilometersdik rookgordijn.
Ik wist niet meer waar ik op weg naartoe was en ik voelde me vooral een é-nórme aansteller.
Iets in mij fluisterde dat ik alleen maar deed alsof. Dat ik gewoon te lui was om aan de voorwaarden van het leven te voldoen. Ik had er allemaal geen zin meer in, en nu ging ik maar gewoon bij de pakken neerzitten. Maakte ik de wereld wijs dat ik niet meer kon, terwijl ik eigenlijk gewoon niet meer wílde.

Ik had de brandstof voor een heel leven er in enkele jaren doorheen gejaagd en nu bewoog ik me futloos door een kilometersdik rookgordijn.

En ik wilde het zó sterk niet meer, dat het gebrek aan energie en motivatie uitmondde in een depressie. Als dit is wat het leven was, dan hoefde het voor mij niet meer. Het grijze rookgordijn verdikte zich tot een eindeloos uitgestrekte pikzwarte nacht. De zon scheen buiten, maar ik zag haar niet. Ik hoorde de vogels niet meer fluiten, voelde niet meer hoe de wind me zachtjes streelde. Nu ik eraan terugdenk, kwám ik eigenlijk nauwelijks nog buiten. Wat had ik daar te zoeken?

Ik heb zelden zoiets beangstigends meegemaakt, en toen ik weer ‘beter’ was nam ik mezelf voor ‘dit NOOIT meer’. Jarenlang ben ik bang geweest om weer op die donkere plek te belanden. Verschillende keren heb ik op het randje van de afgrond gebalanceerd. Mezelf weer teruggeworpen op de kant, zware gedachten negerend, omdat ik zeker wist dat die donkerte daar beneden me zou verzwelgen.

Vandaag voel ik me lichter. Hoe meer ik loslaat, hoe lichter ik word. Als een veertje durf ik me te laten dwarrelen, recht de duisternis in. Want ik weet nu dat ze me niet op kan slokken, zoals het leven dat destijds ook niet kon – ik liet me vallen, uit de gouden kooi, dwaalde met een uitdovend vlammetje door het duister en herrees als een fenix uit de as.

Ik liet me vallen, uit de gouden kooi, dwaalde met een uitdovend vlammetje door het duister en herrees als een fenix uit de as.


Toen ik eenmaal het licht weer zag, kon het echte werk pas beginnen. Met hernieuwd vuur maakte ik mezelf klaar om me als een echte ezel 500x aan dezelfde steen te stoten.
Mijn brein begreep nog niets van wat mijn ziel heel langzaam begon te doorvoelen ; ‘het kan ook anders’. En dus stortte ik me terug in het leven zoals ik dat kende – work hard, play hard.

Ik begon aan een baan waarvan ik bij voorbaat al wist dat die me niet gelukkig ging maken. Toch vierde ik mijn vertraagde start aan het werkende volwassen leven met champagne.
I made it. Ik deed er eindelijk toe. Ik was door het dal gegaan en nu klaar om deel te nemen aan de grote-mensen-wereld.
Ik kocht foundation en lippenstift en hing mijn kast vol met panty’s en colberts. Zo, daar was ik dan – de volwassen versie van mijzelf, ready voor de rest van mijn leven. Met pijnlijke tenen in mijn gehakte laarsjes stond ik iedere dag om half zeven op het perron. Ik klik-klakte in alle vroegte door de straten van Den Haag, mijn nieuwe leren handtas met laptop en ordners onder mijn oksel geklemd.

Dat ik op kantoor een afgezonderde plek uitkoos op de benedenverdieping, ver weg van babbelende collega’s in de kantoortuin boven mij, zag ik dat eerste jaar slechts als toeval. Eerlijk gezegd dacht ik dat ik gewoon te schijterig was, te socially awkward om actief deel te nemen aan al dat collegiale geklets. Pas veel later begreep ik dat de behoefte aan alleen-zijn onderdeel is van mijn essentie, van wie ik bén. Ik denk graag na, en wanneer anderen mijn gedachten steeds doorbreken lukt dat simpelweg niet goed. Bovendien was ik weinig geinteresseerd in alle praatjes en het ‘druk druk druk’-zijn van mijn collega’s.
Het voelde alsof we allemaal meededen aan een groot toneelstuk, en ik had mezelf bestempeld tot slechts onderdeel van het décor.

Naarmate de jaren verstreken drukte het leven steeds zwaarder op mijn schouders. Ik ging gebukt onder het gevoel een rol te moeten spelen en besloot dat ik niet langer mee wilde doen aan deze ingewikkelde productie. Al binnen het eerste jaar van mijn baan als consulent in de geestelijke gezondheidszorg besloot ik dat het roer volledig om moest.

Ergens op een middag in september vormde zich een plan in mijn hoofd. Alsof het zomaar ineens aan was komen waaien door het openstaande raam van ons appartement op 6-hoog. Ik wilde niet alleen weg bij mijn baan, maar weg uit dit land, weg uit de maatschappij, weg van alles dat me aan me trok of tegen me duwde. Ik had niet de intentie om te vluchten. Maar ik wilde bouwen aan een vrijer leven en zag ineens heel duidelijk het pad daar naartoe. 

Ik wilde bouwen aan een vrijer leven en zag ineens heel duidelijk het pad daar naartoe. 

Om me heen kijkend door ons ruime appartement realiseerde ik me dat ik hier zóveel had waar eigenlijk geen nood aan was. Een huis vol kamers en spullen, kasten en apparaten. En voor wat? Om de gaten te vullen die ontstaan waren door een chronisch gebrek aan autonomie en vrijheid?
Het leek me niet heel moeilijk om een groot deel van wat ik om me heen zag los te laten.
En met die bereidheid opende zich de deur naar een heel ander bestaan.

Weg bij mijn baan ging ik niet. Nog niet – mijn rol hier was nog niet voltooid.
Wel stapte ik over naar een ander, kleiner, team waarin ik meer aansluiting vond. De jasjes en hakjes bleven nog even, maar die zomer ging ik óók op Teva-slippers naar kantoor. Met mijn collega’s had ik het gezellig – we verslonden chocoladerepen en namen extra lange lunchpauzes bij de Italiaanse broodjeszaak om de hoek. Maar het werk viel me nog steeds zwaar en hoe ik ook mijn best deed, verbinding voelen met mijn taken deed ik niet.

Anderhalf jaar nadat ik mijn werkende leven begonnen was kochten we onze camper Brutus. Vijfendertighonderd kilo vrijheid op vier wielen.
Langzaamaan durfde ik sommige van mijn collega’s te vertellen over mijn plannen. Dat ik “ooit wilde gaan wonen in die camper”. Dat dat ooit liever vandaag dan morgen was, en dat iedere cent die ik verdiende naar een spaarrekening getiteld ‘camperleven’ ging liet ik nog even achterwege.

Door de jaren heen had ik geleerd dat eerlijkheid vaak niet wenselijk was. Als er tijdens een beoordelingsgesprek gevraagd werd waar ik mezelf over 5 jaar zag, was mijn antwoord steevast ‘in een hogere functie binnen dit bedrijf’. Ik hoor het mezelf nog zo opdreunen. Liegen – of de waarheid verzwijgen – was onderdeel geworden van mijn manier om me staande te houden in een wereld waar ik eigenlijk helemaal geen deel van uit wilde maken.

Tot het moment dat iedere vezel in mijn lichaam in verzet ging.

In februari gaf ik gaf er de brui aan. Alweer.
Ik had geen energie, geen motivatie – zélfs niet voor de spaarrekening getiteld camperleven, en hoewel ik met mezelf had afgesproken nooit meer depressief te raken ; het zonnetje in huis was ik ook niet bepaald.

Wederom voelde ik me een aansteller. Ik kón me immers echt wel naar de trein slepen en fysiek aanwezig zijn op 4e verdieping van het kantoorpand in Den Haag…. Dat ik er zwaar ongelukkig van werd voelde bijna niet als reden genoeg om thuis te blijven.
Tóch luisterde ik naar mezelf. Aansteller of niet, ‘kennelijk is dit wie ik ben’.

Dagenlang zat ik in de rats omdat ik dacht een collega tegen te zijn gekomen bij de Albert Heijn. Zeker wist ik het niet eens, want zodra ik haar gezicht dacht te herkennen draaide ik me om en deed of ik onzichtbaar was. Hartkloppingen, schaamte, stress, schuld… want een minuut eerder had ik nog staan lachen om de hoeveelheid augurken die Bas in ons karretje laadde. Genadeloos hard viel ik door de mand ; deze meid is niet ziek, ze wíl gewoon helemaal niet werken. Wát een bedriegster en luie donder.

Dat ik bijna een hele week aan niets anders kon denken dan dit voorval, gaf wel aan dat het misschien toch niet zo heel goed met me ging. En hoewel het bij de start van mijn reintegratie-traject echt alweer een stukje beter ging, zag ik geen heil meer in doorploeteren in een baan waar ik niet gelukkig van werd.

Toen ik eenmaal doorhad hoe simpel het is om los te laten, veranderde mijn hele visie op het leven.

Twee maanden nadat ik van ‘koffiedrinken’ en ‘een uurtje werken op therapeutische basis’ was aanbeland bij halve dagen werken (waarin ik me met name bezighield met het opruimen van dichtgeslibde archiefkasten en kleine klusjes voor collega’s) meldde ik bij de bedrijfsarts dat ik ‘geloof ik gewoon klaar was met werken in de zorg’. Iedereen begreep het, er waren geen hard feelings en eind van het jaar stond ik met een plastic bekertje cola en kaasstengels op mijn eigen afscheidsborrel.


Dingen die je eigenlijk helemaal niet wil, wegen al snel zwaar, denk ik. Misschien dat we ze daarom ook zo moeilijk loslaten. Bang dat het te pletter valt, uit elkaar spat zodra we onze grip erop verzachten. En wat dan? Wat moet je met een uitelkaargespat leven? Wat doe je met al die brokstukken? Bij elkaar vegen, lijmen? Weggooien en nooit meer naar omkijken?

Mijn verhaal voelt niet zwaar meer omdat ik het losgelaten heb. Een hoofdstuk uit een boek waarvan ik de pagina’s heb omgeslagen – een mooie terugblik op hoe het was en wat ik daarvan leerde. En heel eerlijk gezegd, het klapte helemaal niet uit elkaar toen ik het liet vallen! Het vloog ook niet weg. Het verdampte niet. Er gebeurde eigenlijk helemaal niets. Behalve dat het niet meer bij mij hoorde – niet meer míjn leven was.

Een gat bleef er ook niet achter, want de ruimte die ontstond nadat ik besloot dat het ‘standaard werkende leven’ gewoon niet voor mij was, werd als vanzelf gevuld met dingen die wél bij mij passen. Met natuurwandelingen, een eigen onderneming, een camperreis en een stuk grond in Frankrijk.

Toen ik eenmaal doorhad hoe simpel het is om los te laten, veranderde mijn hele visie op het leven.
Alles is in beweging – altijd. Plannen komen gaan, dromen groeien en worden werkelijkheid (of niet) en wat vandaag uit de grond ontspruit zal op een zeker moment ook weer terugkeren naar de aarde.

Loslaten is heerlijk.
Loslaten is fantastisch.
Loslaten is vrijheid.
Loslaten is leven!

Wil je me vertellen over jouw ervaringen met loslaten? Herken je je in dit verhaal, heb jij iets soortgelijks meegemaakt of zit je er nu misschien middenin? Laat het me hieronder weten! Ik ga graag het gesprek en de verbinding aan met andere Wild Souls zoals ikzelf, die willen breken met de ratrace en meer verbinding zoeken met de natuur.

Om je een handje te helpen – en ter ere van al het Loslaten dat mijn leven zo heeft verrijkt – ontwikkelde ik het
Fall- journal. Een ode aan de herst, aan overgave en aan het loslaten van alles wat je niet meer dient.
Zeventig pagina’s vol kleurrijk geïllustreerde schrijf-, teken- en doe-opdrachten nemen je mee op reis in jouw binnenwereld of juist naar buiten, de wereld in.

Vertraag naar het ritme van de natuur en geef je over aan het seizoen;
‘Wild Journey – Fall’ helpt je grip te krijgen op de snelheid van het leven en laat je voelen hoe het is om jezelf te laten vallen. Om vol vertrouwen los te laten, zoals een blaadje dat zich van de boom naar beneden laat dwarrelen. Om vervolgens veilig te landen op de aarde. Terug naar de basis, een reis naar beneden in jezelf.

Laat los en laat jezelf vallen
– terug naar de aarde.
Val en val, en val nog verder
tot er niets meer over is dan dit.
Hier. Nu.


P.S. Alle prachtige fotos van mij in deze blog zijn gemaakt door Evelien op weg.
Als je aan de slag gaat met één van de Wild Journey journals krijg jij een kortingsbon voor ook zon fijne rakende shoot met Evelien!

De balans

Thoughts about life

01 | 04 | 2020

Mijn hart voelt zwaar. Ze staat afwisselend wijd open, en knijpt dan samen. Ik ben dankbaar voor wat deze periode me brengt. Hervonden inzichten over rust – vertraging – prioriteiten – verbinding… Maar ik weet niet of mijn dankbaarheid opweegt tegen het verdriet en de angst van zoveel anderen.

Ik voel me in de war. Want ellende was er altijd al. Soms dichtbij. Vaker ver weg. Het is de balans, van dag en nacht, hoop en angst, licht en duister. Goed en kwaad, als je het zo noemen wilt.

Weegt het leed dat dichtbij komt dan écht zoveel zwaarder dan dat wat ik niet kan zien? Wat maakt een landgenoot belangrijker dan een deelgenoot? We delen het allemaal met elkaar: het leven, de wereld, de ervaring… Heeft het leed van de mensheid meer waarde dan de wreedheid elders in de natuur?

Ingewikkeld, vind ik het. Ik weet niet zo goed meer wat ik moet voelen. Denken. Doen.
Wat gebeurt is tragisch en tegelijkertijd ‘is’ het gewoon. Onderdeel van het leven – en voor sommigen het einde daarvan. Zoals de wereld al miljoenen jaren draait en het leven komt en gaat.

En ik – hoe sta ik in het midden van dat alles? Ik ben het centrum van mijn wereld. Dat is niet anders dan het altijd al was. Het voelt bijna een beetje alsof dat niet meer mag. Heb ik een nieuwe rol te spelen in dit hoofdstuk? Is gewoon ‘zijn’ niet meer genoeg? Mogen we eigenlijk nog wel positief zijn in een wereld die ten onder gaat aan haar eigen hebzucht?

En zou het allemaal anders voelen, als we ergens een andere afslag hadden genomen? Als leven nog gewoon leven was, en de dood gewoon de dood? Als er geen zaken bestonden als ‘gegarandeerde zorg’… en de dood even resoluut en onvoorspelbaar zou zijn als voor het konijn dat gegrepen wordt door een vos?
Als we allemaal zouden sterven, gewoon wanneer het gebeurt, zou dit verhaal dan een andere lading hebben?

Ben ik egocentrisch als ik de gebaande paden toch al nooit zo interessant vond, en stiekem hoop op een toekomst waarin meer mensen zich in alle rust op de hertenpaadjes begeven?


Ik zoek verwoed naar wat dit allemaal betekent. Waar gaat het naartoe? Welke weg moet ik inslaan, nu de gebaande paden afgesloten raken? En ben ik egocentrisch als ik die paden toch al nooit zo interessant vond, en stiekem hoop op een toekomst waarin meer mensen zich in alle rust op de hertenpaadjes begeven?

Een antwoord vind ik niet.
Het leven is nog altijd haar mysterieuze zelf.

Het leven en de dood

Thoughts about life

27 | 03 | 2020

Al een jaar of vijf, zeg, sinds mijn 25e levensjaar zeg ik “Als ik morgen dood ga is dat oké”.
Niet dat ik het leven beu ben. Verre van! Maar ik ben heel tevreden met het leven dat ik tot nu toe geleefd heb. Als het morgen voorbij is kan ik terugkijken met een voldaan gevoel.

De meesten van mijn vrienden en familie vinden dat moeilijk te begrijpen. Hoe kun je op je 30e nu voldaan zijn, en niet in paniek raken bij gedachten aan een naderende dood?

In mijn ervaring echter, is dit dé maatstaf voor een gelukkig leven. Doe de dingen die je écht belangrijk vindt, en doe ze vandaag. Als je niets tot later bewaard komt het einde nooit te vroeg.
Op mijn linker onderarm prijkt een tattoeage met tekst. Zoeen die ik altijd zwoer nooit te zullen nemen. Want wie doet dat nou, zo’n cheesy woord of zin ergens op je lichaam kalken en daar voor de rest van je leven aan vast zitten? Ik dus. In blokletters zie ik elke dag de woorden “Live now”. Zonder spelfouten, godzijdank. En, heel eerlijk, soms voel ik me net een wandelend Xenos-bordje.

Die tattoo werd geïnspireerd door misschien wel het meest onwaarschijnlijke rolmodel dat je je bij mij kunt voorstellen. Casey Neistat : Een man wiens leven sneller gaat dan bij te houden valt, en met meer luxe en materiële rijkdom dan ik ooit wens te hebben. Een voortrazend bestaan in miljoenenstad New York.
Toch zitten we wel op één lijn: Keesie en ik. “Het leven mag geleefd worden, en JIJ bent in charge.”

(voor wat Casey-inspiratie : klik hier)

“Het leven mag geleefd worden, en JIJ bent in charge.”

Foto: www.awildjourney.com

Die woorden op mijn arm hebben mijn leven veranderd. Ik zie ze dageijks, en iets wat ik belangrijk genoeg vond om met een naald onderhuids te vereeuwigen, moét ik haast wel naleven.
Dus ga ik naar buiten wanneer de zon schijnt. Spendeer ik mijn tijd aan mensen waar ik me goed bij voel. Zet ik projecten op die me blij maken. Trotseer ik iedere storm met open ogen en opgeheven hoofd. En heb ik vertrouwen in de toekomst, ook als die anders uit mocht pakken dan ik voor ogen had.
Ik leef tenslotte alleen nú.

Het zal je niet verbazen dat mijn mind de laatste weken vaker dan gebruikelijk afdwaalt naar dit onderwerp. Mischien ervaar jij het ook. De dood is ineens dichtbij, zichtbaarder, ligt haast op de loer en drukt als een grijs wolkendek op de wereld terwijl de lentezon onverminderd aan kracht wint.

En het doet iets geks met me. In plaats van angstig, voel ik me nog meer vol waardering. Voor de ontluikende natuur. Voor de zon die naar binnen schijnt. Voor de vrijheid die ik voel. Voor alles wat ik al heb mogen meemaken en ervaren, de mooie plekken die ik mocht zien, en al die betoverende zonsondergangen die een dossierkast aan mental pictures beslaan in mijn hoofd.

In plaats van angstig, voel ik me nog meer vol waardering.

Ik ben in volle acceptatie dat de dood hoort bij het leven – en dat ik niet weet wanneer ze komt. Als het morgen voorbij is kijk ik terug zonder spijt.

Het liefste wat ik kan wensen voor de mensheid op dit moment – is dat voor eenieder het einde net zo licht en zacht mag voelen. En dat wij die na het gaan liggen van de storm nog overeind staan, elke dag ten volste mogen waarderen.

Foto: www.awildjourney.com

Opdracht 3: “Happiness always finds a way”

Creative

De laatste dagen betrap ik mezelf er iets te vaak op dat ik  wenste dat het allemaal anders was;
Was ik maar, had ik maar, kon ik maar…
Terwijl er tegelijkertijd een waslijst is om dankbaar voor te zijn. Juist nu.
Daarom maakte ik vandaag een dankbaarheidslijstje.
Wat maakt jou dankbaar in deze crisis?

Documenteer (teken, schrijf, fotografeer) jouw top tien aan dingen waar je je op dit moment dankbaar voor voelt.


Opdracht 2 “How high will you fly?”

Creative

De lente is begonnen.
Een nieuw begin van de cyclus. Nieuw leven. Een nieuwe dag, een nieuwe dans!

Schrijf of teken: “Als er geen restricties zijn, niets wat je tegenhoudt – hoe groots droom jij dan?”

Misschien kan je het nest nu even niet verlaten. En is dit niet de tijd om je vleugels uit te slaan en op ontdekking te gaan in die verse frisgroene wereld. Maar wat als het wel kon? Wat als je alle vrijheid terughad die je al kent, en meer? Waar ga jij dan voor?

How high will you fly?

Mijn uitwerking:

Als er geen restricties waren, en ik op mijn allergrootst kon dromen… wat zou ik dan willen bereiken? Ik moest er even over nadenken. Groots dromen valt niet mee! We zijn eraan gewend om in onmogelijkheden te denken en overal (al dan niet reëele) blokkades te zien.
Nu heb ik in de afgelopen jaren al aardig geleerd die zienswijze af te werpen – zo leefde ik een jaar in een camper, kocht grond om zelfvoorzienend op te gaan leven, en bleef willens en wetens doorbouwen aan mijn eigen onderneming al duurde het best heel lang voor dat zijn vruchten begon af te werpen.
Soms moet je gewoon ergens kei-hard in geloven om het te beginnen waar te maken.

Mijn allergrootste droom?
Een wereld in balans.
Yin en Yang.
Mens en dier.

En wat droom jij?

Opdracht 1: “It’s a beautiful world”

Creative

De opdracht voor deze eerste dag is simpel (of toch niet…?):
Documenteer (schrijf/teken/fotografeer) 𝘫𝘰𝘶𝘸 𝘮𝘰𝘰𝘪𝘴𝘵𝘦 𝘱𝘭𝘦𝘬 𝘰𝘱 𝘈𝘢𝘳𝘥𝘦.

Duik je archieven in en deel jouw aller-favorietste plek op aarde met mij, waar je de schoonheid van het leven ten volste ervaart!

Waar gaat jouw hart sneller kloppen, voel je het bloed door je aderen stromen en vullen je longen zich het diepst met pure dankbaarheid voor het leven?
Deel jouw mooiste plek op Facebook of Instagram met #stillawonderfulworld

#stillawonderfulworld

Mijn uitwerking:
Ik zou honderden foto’s met je willen delen. Van zonnestralen die door het bladerdek vallen en van bosbodems bedekt met mos. Van momenten in plaats van plekken, en van natuurschoon door de seizoenen heen. Maar er is één plek op deze planeet die nog altijd bovenaan mijn lijstje staat van favoriete plekken:

In Odda, Noorwegen, vind je aan een groenblauw fjord een steile beboste berghelling. Twee woeste watervallen donderen met geweld tegenover elkaar naar beneden. Kristalhelder koud water sijpelt langs bemoste rotsen. Na een forse klim van pakweg een uur bereik je te voet (en alléén te voet!) het bergdorpje aan het Fossasetevatnet-meer. Een handvol houten huisjes, een kudde geiten en prachtige woeste natuur. Voor mij absoluut de mooiste plek op aarde.

Van een koude kermis thuiskomen

Thoughts about life

Gisteren stond ik voor het eerst sinds het beëindigen van ons nomadenbestaan weer in onze camper Brutus.

Tranen met tuiten.

Ik ben er nog van aan het bijkomen.

Schreef ik vorige maand nog dat ik mijn camperleventje écht ging loslaten, dat ik ging thuiskomen in het hier en nu….; het lijkt haast wel onmogelijk.
Ik merk dat ik een beetje de weg kwijt ben. En waar het zwerven in Brutus me een heerlijk gevoel van vrijheid gaf, weet ik nog niet zo goed wat deze zoektocht in mijn hoofd me gaat brengen. Ik dwaal een beetje rond, tast in het duister en weet best waar ik naar toe wil, maar geen idee hoe daar te komen.
Kan iemand even het licht aan doen?

Light will guide me home



Kijk, het probleem is, ik weet dus heel goed wat ik wil. Te goed, misschien wel. Soms benijd ik de mensen die geen plan hebben, die gewoon maar wat doen. Wakker worden, de dag doorkomen, een beetje strugglen en een beetje plezier maken, en dan weer naar bed.
Ik wil niet ‘gewoon maar wat’. Ik heb ervaren hoe hard de tijd vliegt wanneer je je mee laat voeren op de dagelijkse sleur. Hoe de jaren steeds harder lijken te verdampen tot de uren op zijn.
Ik heb geproefd van een andere way of life. En nu is er geen weg meer terug.

Dus dan rijst De Grote Vraag ; Hoe geef ik het leven vorm zodat het bij mij past? Zodat ik het ten volste mag ervaren? Hoe vind ik mijn weg als natuur-wezen in een moderne wereld vol beton?

Ik vecht voor een onafhankelijk inkomen. Voor doen waar ik goed in ben, wat mij energie geeft en waarmee ik de wereld een mooiere plek maak. Voor waarde-overdracht zonder keiharde zakelijkheid. Voor gezien worden zonder commercieële trucjes. Ik probéér vol vertrouwen ‘mezelf’ te zijn en dankbaar te zijn voor wat het universum mijn kant op werpt.

Maar jeetje jongens. Makkelijk is het niet.
Ik ben namelijk niet zo’n vechter. Nee, wacht. Dat zeg ik niet goed. Ik ben een KEI in vechten en volhouden en doorgaan en al die dingen die nodig zijn om te doen wat ik doe. Maar gelukkig word ik er niet van.
Ze bestaan, hoor. De streberige rouwdouwers die bijna ontploffen van energie en alleen maar verder opladen in het heetst van de strijd.
But that’s not me. Ik ben het eeuwige kleine meisje dat in het gras onder een boom ligt en de mooiste blaadjes wil verzamelen. Ik word zielsgelukkig van rust. Van uren alleen zijn en van omhoog staren naar de wolken. Hoe verder ik wandel op mijn pad, hoe helderder ik zie dat natuur álles is voor mij.

Een veilige haven


Het bouwen van een ecohuis, op een natuur-rijke plek, waar de dagelijkse taken onder andere zullen bestaan uit buiten werken en het verzorgen van dieren, moestuin en (voedsel)bos is dan ook een logische stap. Het nomadenleven is prachtig maar ook zwaar. Ik denk dat iedereen uiteindelijk behoefte heeft aan een rustpunt, een thuisbasis. Een plek die met je mee kan groeien.

Ik leef niet in de illusie dat ik kan ontkomen aan hard werken. Maar ik weiger om mee te gaan in de huidige tendens van depressies, burn-out, totale lusteloosheid en een dwangmatige behoefte om te voldoen aan het ideaalplaatje van de burger-in-het-gareel. “Wakker worden” noemen ze dat. Ik geloof niet dat ik ooit heb geslapen.
Misschien ben ik daarom wel zo moe.

Ik merk dat StudioSarie aan het veranderen is. Misschien merken jullie het ook.
Wat ooit begon als “Hey, kijk, ik maak iets moois. Kopen?” is nu een reflectie van wie ik ben. Ik maak wat ik voel dat ik moet maken. Ik deel wat uit mijn hoofd en op papier wil. Ik voel me in verbinding met de mensen voor wie ik creëer. StudioSarie is geen bedrijf. Het is slechts het podium dat ik geef aan mijn bestaan.

En ik ben meer dan dankbaar voor alles wat dat me brengt. Het is één groot avontuur; een reis waarop ik mezelf honderd keer tegenkom. Ik daal af naar de diepstliggende grotten van mijn ziel en ontdek daar steeds weer iets nieuws.
De laatste tijd vind ik er vooral veel onzekerheid. Vragen over de toekomst en over of ik wel reëel bezig ben. Ik verdien niet genoeg om te kunnen sparen voor mijn grote droom. Ik hou te weinig tijd over om voor mezelf te zorgen, buiten te zijn. Waar liggen mijn prioriteiten en hoe houd ik die ‘in check’?
De antwoorden heb ik niet, maar ik vind de vragen de moeite waard om te onderzoeken.

Journey through life



Als je het leuk vindt om mijn reis te volgen én als je de behoefte voelt om woorden en kleur aan jouw eigen avontuur te geven, heb ik leuk nieuws voor je:

In 2020 ga ik van start met Wild Journey.
Ik ga mijn pad per seizoen documenteren om meer grip te krijgen op mijn leven, en wil de tijd  vertragen door aandacht te besteden aan het moment. Wild Journey gaat over waar je NU bent, wat je NU beleeft, welke plannen en dromen je NU hebt. En hoe al die ervaringen en verlangens die jou ‘jij’ maken groeien en veranderen en meebewegen met het ritme van de natuur.

Uiteraard wordt het een journal vol prachtige illustraties, sprankelende kleuren en een goede dosis natuur-magie. En jij gaat het zelf vormgeven, met een beetje hulp van mij.
Wild Journey wordt een weergave van jouw reis door het leven en zal je helpen om de tijd te vertragen, dichterbij jezelf te blijven, te reconnecten met de natuur en je creatieve flow volop te laten stromen.

De eerste editie zal verschijnen in het voorjaar. Als je graag op de hoogte wilt blijven en een update wil ontvangen wanneer je je kunt inschrijven, meld je je hier aan voor de nieuwsbrief.

Wat een reis, he jongens?
Fijn dat we stukjes samen kunnen wandelen.
Liefs,

Sarie

Loslaten

Thoughts about life

Het Grote Loslaten.
Loslaten blijft een terugkerend thema in mijn leven. Misschien wel omdat ik er niet zo goed in ben. Of juist omdat er zo eindeloos veel los te laten valt. Vorig jaar liet ik alles achter en ging ik weg. Op reis. De natuur in en de vrijheid tegemoet. Geen idee wanneer en of ik ooit nog terug zou komen. Dat loslaten ging me eerlijk gezegd makkelijker af dan het afsluiten van mijn avontuur nu ik weer terug ben vlakbij waar ik begon. Geografisch gezien, dan.

Het grappige is dat ik het thema voor deze maand nogal nonchalant uitkoos. Iets met herfst en vallende blaadjes. Loslaten leek een inkoppertje. De natuur heeft altijd gelijk.
Ik bijt me persoonlijk nogal vast in, nouja, alles wat ik doe. Mijn loslaatlijstje is dus eindeloos. Welkom in het leven van een vrijheidslievende controlefreak ; ) Maar toen ik aan de slag ging met dit thema bleek al snel welk Grote Loslaten mij op dit moment te doen staat.

Deze blog is daarom een ode aan Brutus (onze camper). Aan de vrijheid van het camperleven. Aan mijzelf en dat ik het lef had deze sprong te wagen. Een dankwoord voor alle avonturen die ik mocht beleven en de lessen die ik mocht leren. En een warm vaarwel aan een dierbaar hoofdstuk van mijn bestaan.

Ode aan de vrijheid
Ik word wakker van het tikkende geluid van een kleine bonte specht op de boomtak naast mijn raam. Het is ochtend. Geen idee hoe laat. Gouden zonnestralen sijpelen naar binnen. Naast mij slaapt Bas nog. Aan het voeteneind spint een kat en naast mijn hoofd hoor ik het vertrouwde “kekkekkekkek” van Chloë die de specht nu ook gespot heeft.
Ik probeer te bedenken welke dag van de week het is. Oktober. Het is oktober, want de herfst is in volle gang en we zijn de afgelopen weken voor de herfstkleuren uit gereisd. We plukten paddestoelen in Zweden, zagen de bomen weer groen worden in Denemarken en Duitsland, verzamelden in Nederland noten onder een stralende zon en maakten in Frankrijk opnieuw het begin van het herfstseizoen mee. Oktober, dus. Maar nog steeds geen idee welke dag. Ik kan er niet opkomen, en het maakt me eigenlijk ook niet uit.

Er is geen plan voor de dag, of voor de rest van ons leven. Er is slechts vandaag. En vandaag gaan we erop uit. Het bos in. Een rondje rond het meer. Een berg beklimmen. Cruizen met Brutus op zoek naar een nieuw plekje om te zijn. Elke plek is nieuw. De ontdekkingen eindeloos. Het maakt niet uit of we door een slaperig stadje wandelen of een verlaten mijnschacht verkennen. Elke dag is een nieuw avontuur.
We zijn nu bijna een half jaar onderweg, en ik bespeur slechts nog restjes van mijn ‘oude’ mindset. Ik heb geen behoefte meer aan het kopen van nieuwe spullen. Ik hoef niet meer te weten wat ik volgende week ga doen. Ik kijk niet meer in de spiegel. Of op de klok.
Langzaam probeer ik ook mijn gedachten over werken en geld een nieuw plekje te geven. Ik vind het lastig. Ben nog te vaak krampachtig achter mijn laptop ‘aan het werk’, snakkend naar een inkomen, naar een zekerheid dat ik dit bestaan vol kan houden want god, wat maakt dit me gelukkig! Te laat realiseer ik me dat angst altíjd de keerzijde is van geluk. Waar je van houdt wil je niet laten gaan.
Pas aan het einde van het avontuur daalt het besef ten volste in dat mijn ervaring van het leven elke dag simpelweg een keuze is. Een keuze om me te focussen op verdriet of op momenten van geluk. Om te snakken naar wat ik (nog) niet heb of om te vieren waar ik nu ben. Om de controle te hebben of van de vrijheid te genieten.
Je kunt maar op één plek tegelijk zijn. Elk moment slechts één keer beleven. Als je het geluk van vandaag vermoord met je zorgen om morgen, wat heeft het leven dan nog voor zin…?


The end of an era
Ik stap naar buiten. De frisse lucht in. De parkeerplaats is verlaten. Het kerkje gehuld in ochtendnevel, en het bos nog aan het ontwaken. In het weiland slaan een paar lodderige koeienogen me gade terwijl ik mijn koffie drink op een bankje in de koude winterzon. Ik overdenk onze plannen en de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Ik voel een steek van verdriet. Angst, teleurstelling, onzekerheid, de emoties razen door mijn lijf. Klopt dit wel? Is dit het goede pad?
We hebben zojuist besloten terug te gaan naar Nederland. Niet omdat het reizen niet meer bevalt. Oh nee! Hoewel Bas het wel een beetje beu is om elke drie dagen een stroom poep en plas uit ons toilet te laten klotsen, en ik een warme douche af en toe best zou kunnen waarderen. Ik vind comfort voor vrijheid nog steeds een prima ruil.
We werden verliefd op een stuk land dat voldoet aan heel veel van wat we zoeken voor de toekomst. Rustig gelegen, bebost, werkgelegenheid in de buurt (just in case), en groot genoeg voor al onze wilde plannen. We kunnen het nu kopen, of… tja. Of niet.
Vrijheid is ook alle overwegingen los durven laten. Gewoon ergens voor gaan. De perfectie zien van wat er op je pad komt. En wat er op ons pad komt blijkt in te houden dat we stoppen met reizen, voor nu. Dat dit het moment is om te beginnen aan deel twee van ons grote avontuur.

Ik merk dat ik er moeite mee heb. Dat ik nog niet klaar ben om te laten gaan wat ik nu heb. Bijna niet bereid ben om een nieuwe fase in te stappen nu ik me zo op mijn plek voel waar ik me bevind. Voor het eerst voel ik dat het gaan voor je dromen óók een schaduwkant heeft. Is het niet veel gemakkelijker tevreden te zijn met het gangbare pad? (Rijtjes)huisje, boompje, beestje, baan in loondienst?
Elk dag is een keuze.

Zonsondergang in het paradijs
De lentezon schijnt verblindend op een sprookjesachtig sneeuwlandschap. Deze laatste maanden in de camper voelen als een cadeautje. Nu ik weet dat we het einde van het avontuur tegemoet rijden, stijgt elk moment in waarde. Het is alsof ik de snijdend koude lucht extra diep inadem. Me nog meer verbind met de natuur. Een diepere dankbaarheid voel voor alles wat is. Werk laat ik links liggen. Alleen vandaag telt.
Het leven is mooi.



In de periode die volgt heb ik het moeilijk. Ik stort me vol overgave op het maken van een thuis in een huis. Het ontdekken van wilde plekjes natuur in ‘eigen land’. Een land dat niet meer voelt alsof het van mij is, maar nu toch weer mijn thuisbasis vormt.
Ik stort me op mijn kunst, op fotografie, op het uitbouwen van mijn creatieve passies tot een ‘baan’ die ons kan onderhouden, straks op dat prachtige stukje aarde helemaal voor onszelf. Ik breng mijn dagen alleen door terwijl Bas naar zijn werk gaat, en kan moeilijk mijn draai vinden na anderhalf jaar altijd samen. Ik herinner me de transitie van huis naar camper een zomer geleden, en hoe geen enkele verandering ooit voelt zoals je verwacht.

Een nieuwe dag
Het is lastig. Maar alles is ook ZO veel makkelijker! Er komt water uit de kraan, ik heb plek om mijn schilderijen te bewaren. De wc spoelt door. We hebben meer dan 10 vierkante centimeter ruimte in de vriezer. En bovenal heb ik tijd en ruimte om me op mijn kunst te richten. Ik ben een gelukkig mens.
En daarom besluit ik vandaag dat het genoeg is. Genoeg getreurd om wat was. Genoeg sprankelende herinneringen aan woeste natuur en zorgeloze dagen overschaduwd met mijn twijfel over waar ik nu ben. Vandaag maak ik de keuze om dankbaar te zijn voor alles wat ik heb beleefd én voor het nieuwe hoofdstuk dat ik begonnen ben. Met een glimlach denk ik terug aan alle kampvuurtjes met versgevangen vis, het zoeken van drinkbaar water en elke dag een ijskoud ochtendbad bij de beek. Mijn hart stroomt over van gelukkige herinneringen.
Ik leerde gelukkig zijn met niets. Dus wat heb ik nu dan nog nodig?

Vandaag ben ik hier en dat is helemaal goed.


P.S. Sinds deze maand werk ik met een maandelijks thema. Dat geeft me niet alleen bergen inspiratie op artistiek gebied, maar brengt me ook inzicht in mijn persoonlijke reis én zorgt ervoor dat ik elke maand vooruit blijf bewegen.
Als jou dit ook een fijn idee lijkt, deel ik mijn inspiratie graag met je middels Gelukspost! Of je kunt lid worden van de Wild Minds Tribe op Facebook waar we elke maand delen over het thema. Voor de maand november is het thema : thuiskomen.


Op zoek naar meer inspiratie? Check hier mijn moodboard en een verzameling van alle kunst per thema.